GS1 Belgilux

Welke minimumgegevens moeten op mijn etiket voorgesteld worden om met tracering in orde te zijn?

Op niveau van de detailhandelseenheid en de omverpakking kan tracering gegarandeerd worden via de combinatie GTIN (uniek artikelnummer) + lotnummer. Op niveau van de verzendeenheid (vb. pallet) wordt gebruik gemaakt van het GS1 logistiek etiket, met de SSCC als sleutelelement voor tracering.

Detailhandelseenheid: De enige barcode die momenteel door kassascanners kan gelezen worden is de EAN-13 barcode. Dit betekent dat enkel het GTIN kan weergegeven worden en dat het lotnummer enkel in mensleesbaar formaat op het etiket kan voorgesteld worden. Op termijn zal GS1 DataBar meer mogelijkheden bieden.

Omverpakking: Wanneer de verpakking buiten de kassaomgeving gescand wordt, zijn er meer mogelijkheden. Met uitzondering van de beenhouwerijproducten (die altijd gebruik zullen maken van GS1-128), kan een bedrijf opteren voor een EAN-13, ITF-14 of GS1-128 barcode. Voor traceringdoeleinden is GS1-128 evenwel de meest aangewezen barcode aangezien deze de enige is die naast een GTIN, ook een lotnummer, een datum, ... kan weergeven.

Verzendeenheid: Een verzendeenheid moet voorzien worden van een GS1 logistiek etiket. Voor de vereiste minimumgegevens op dit etiket, raadpleeg  de handleiding logistiek etiket. Noteer hierbij dat bepaalde handelspartners, naast de minimumgegevens, extra gegevens kunnen vereisen.

Tenslotte moet elke bedrijf dat zijn tracering wil garanderen, naast het etiketteren van zijn producten ook een database voorzien waarin hij alle links tussen lotnummers en SSCC's  bewaart voor elke transformatiefase van zijn producten en verzendheden.