auteur: Dominique vertroost
nr:
2006 - 4
Een van de objectieven van GS1 Belgium & Luxembourg is de algemene streepcode-kwaliteit in België hoog te houden. Daaraan wordt gewerkt d.m.v. seminaries, informatie in dit Bulletin, brochures en onze dienst 'streepcode controles'. Fabrikanten, distributeurs en hun drukkers kunnen hun streepcodes en hun logistieke etiketten kosteloos bij GS1 Belgium & Luxembourg laten controleren. Hierna volgt de top 10 van de vastgelegde problemen en de nodige tips om ze te vermijden. Vervolgens wordt ook kort ingegaan op de specifieke problemen met UCC/EAN-128 streepcodes.
Jaarlijks controleert GS1 Belgium & Luxembourg meer dan 1.000 streepcodes op detailhandelseenheden en dozen (zowel EAN-13, ITF-14 als UCC/EAN-128 streepcodes) en enkele honderden GS1 logistieke etiketten.
Voor de streepcodes op detailhandelseenheden gebeurden 75% van de controles op vraag van distributeurs. Daartoe beschikken zij over een standaard 'foutmeldingsformulier'. De overige streepcodes worden voorgelegd op initiatief van fabrikanten of drukkers. GS1 Belgium & Luxembourg stuurt aan het betrokken bedrijf een fiche met gedetailleerde controleresultaten en raadgevingen om de vastgestelde fouten te corrigeren bij de volgende druk.
De volgende elementen worden altijd gecontroleerd:
Bij de controles maakt GS1 Belgium & Luxembourg gebruik van een verifier die de CEN/ANSI-controleprocedure volgt. Indien de streepcode niet kan gescand worden (bijvoorbeeld bij ontbrekende strepen of foute structuur), wordt de streepcode getoetst aan de specificaties op basis van kennis en ervaring. Voor informatie over kwaliteitscontrole en verificatie van streepcodes verwijzen wij naar het artikel in ons vorig Bulletin (2006/3), tevens beschikbaar op onze website in de sectie Publicaties.
De meeste door ons gecontroleerde streepcodes zijn niet conform met de GS1 specificaties. Dit is te wijten aan het feit dat de controles zich doorgaans beperken tot 'probleemstreepcodes'. De 10 meest voorkomende problemen zijn de volgende:
Graag geven wij een korte toelichting bij elke problematiek.
1. Onvoldoende drukkwaliteit
Deze fout is meestal het gevolg van een slecht ingestelde of onderhouden printer. Thermische en thermotransfer printers moeten regelmatig gecontroleerd worden, zoniet is het gevaar reëel dat de streepcode onvolledig afgedrukt wordt, of nog dat de bedrukking veel te zwak wordt. Bij een defect aan één of meer printkoppen kan een streep te smal of in het geheel niet afgedrukt worden. Een methode om te controleren of alle naast elkaar liggende printkoppen werken, is het printen van een (ononderbroken) horizontale lijn boven de streepcode. Bij een onderbreking van deze lijn zal blijken dat er een defect is aan één van de printkoppen.
De ervaring toont aan dat ook inkjetprinters zeer regelmatige controles naar drukkwaliteit en kleurcontrast vragen.
2. Onregelmatige lijnbreedte
Een streepcode met een onregelmatige lijnbreedte is er één waarbij strepen/ spaties van eenzelfde breedte, in de realiteit afwijkende breedtes vertonen. Dit houdt doorgaans verband met de kwaliteit van de gebruikte software.
3. Streepcodes te vet/fijn gedrukt
De belangrijkste oorzaak van te vette of te fijne streepcodes is het aanmaken van de streepcode zonder precieze voorkennis van de drukvoorwaarden. De eigenschappen van een streepcode, namelijk de vergrotingsfactor en de lijnbreedtereductie, kunnen pas vastgesteld worden na het uitvoeren van een drukproef. In afwezigheid ervan loopt men een niet gering risico op een te vette of te fijne streepcode.
4. Onvoldoende marges
Voor de drie streepcoderingen (EAN/UPC, ITF-14 en UCC/EAN-128) werden marges (lichte zones links en rechts) gedefinieerd die dienen als referentievlak voor de scanning apparatuur.
5. Onvoldoende kleurcontrast/ te zwakke bedrukking
De kleurkeuze is een basiselement van de streepcodering. Aangezien de werking van de leessystemen berust op de herkenning van contrast tussen donkere strepen en lichte achtergrond, moet het kleurcontrast aan precieze specificaties voldoen. Zo bijvoorbeeld is het gebruik van rood en afgeleiden van het rood te mijden voor het bedrukken van de strepen. Rood is daarentegen wel een uitstekende achtergrondkleur. Voor een exemplaar van de GS1 kleurcontrasttabel: contacteer ons secretariaat.
6. Streepcodes in de hoogte verminderd
De EAN-streepcode is 'omnidirectioneel', wat zoveel betekent als ontworpen om in alle richtingen gelezen te worden. De streepcode is daartoe in twee helften verdeeld die elk onafhankelijk gelezen worden. De scanning door een vaste kassascanner zal pas succesvol zijn wanneer een leesstraal alle strepen en spaties van de linkerhelft én van de rechterhelft doorkruist. Hoe meer de streepcode in de hoogte verminderd wordt, hoe meer hij exact georiënteerd moet worden. Concreet betekent dit dat de kassabediende de streepcode verschillende malen voor het leesvenster moet halen of zelfs het nummer manueel zal moeten intikken. Het inkorten van de hoogte van een streepcode is dan ook enkel gerechtvaardigd wanneer het product of het etiket zo klein zijn dat het drukken van een EAN-streepcode op volledige hoogte materieel onmogelijk is. Ook ITF-14 streepcodes moeten voldoende hoog zijn, afhankelijk van de gebruikte X-dimensie. UCC/EAN-128 streepcodes moeten minimaal 32 mm hoog zijn wanneer ze gebruikt worden op logistieke etiketten.
7. Structuurfouten
Een structuurfout betekent dat het nummer niet correct in strepen en spaties werd omgezet. Problemen kunnen wel eens optreden bij het niet correct gebruiken van de parameters van een streepcode software of bij het gebruik van een weinig betrouwbare software.
8. Afmetingen kleiner dan het minimum
voorzien in de specificaties Dit zijn voornamelijk EAN-13 streepcodes met een X-dimensie (= breedte van de smalste streep) kleiner dan 0,264 mm, hetzij een vergrotingsfactor kleiner dan 0,8. Anderzijds heeft men soms te maken met te kleine ITF-14 streepcodes. Wanneer de ITF-14 streepcodes bestemd zijn om gescand te worden in toepassingen van transport en algemene distributie, moeten zij een X-dimensie van tenminste 0,50 mm hebben. Indien de ITF-14 streepcodes rechtstreeks op (golf)karton gedrukt worden, moet de X-dimensie zo groot mogelijk gekozen worden, d.w.z. zo dicht mogelijk bij de maximale X-dimensie van 1,016 mm.
9. Foute nummering
Bij streepcode controles wordt ook aandacht besteed aan de juistheid van het nummer. Mogelijke fouten zijn: gebruik van een verkeerd GS1 bedrijfsprefix, fout controlecijfer, foute structuur bij gewichtsartikelen.
10. EAN-13 streepcode op golfkarton
De praktijk heeft reeds bewezen dat het bijzonder moeilijk is om een EAN-13 streepcode rechtstreeks op golfkarton te drukken, en daarbij de GS1 specificaties te respecteren. In dit geval raden wij aan om de ITF-14 streepcodering te gebruiken, die zich beter leent tot de directe opdruk van materialen zoals golfkarton. Een ander alternatief is het zelfklevend etiket, in welk geval het gebruik van de streepcoderingen EAN-13, ITF-14 en UCC/EAN-128 perfect mogelijk is.
Bij het controleren van UCC/EAN-128 streepcodes – al dan niet op logistieke etiketten – stellen wij, naast de hoger vermelde problemen, meer specifieke gebreken vast. Dit zijn voornamelijk:
1. Ontbreken van de Application Identifiers (AI): Zonder de AI’s zijn UCC/EAN-128 streepcodes onbruikbaar.
2. Foute gegevensinhoud/fout formaat/ onnodige AI’s: Bijzondere aandacht is nodig voor: de juiste lengte van elk gegevensveld; de correcte structuur van elk gegeven (SSCC, datums, …); onnodige AIs vermijden (vb. het nettogewicht bij producten met een vast gewicht); de coherentie tussen de mensleesbare gegevens en de gegevens in de streepcodes.
3. Gebruik foutieve AI’s: AI’s moeten gebruikt worden volgens de GS1 regels. Niet alle AIs zijn combineerbaar (vb AI 01 met AI 37 mogen niet samen gebruikt worden).
4. Structuurfouten/gebruik verkeerde subset: De gegevens moeten correct weergegeven worden in strepen en spaties. Bij de voorstelling van numerieke gegevens wordt soms ten onrechte gebruik gemaakt van tekenset B in plaats van de meer compacte tekenset C. Daardoor wordt de streepcode onnodig lang.
5. Gebruik van CODE 128 i.p.v. UCC/ EAN-128: CODE 128 is niet gestandaardiseerd door GS1 en zal niet aanvaard worden in GS1 context.
6. Geen of fout scheidingsteken: Velden met een veranderlijke lengte moeten verplicht afgesloten worden met een scheidingsteken, tenzij het gaat om het laatste gegevensveld in de streepcode. Het enig geldig scheidingsteken is FNC1.
7. Overbodig gebruik scheidingsteken: Velden met een vaste lengte mogen niet afgesloten worden met een scheidingsteken.
8. Ontbreken GTIN: Tenzij het om een mixed pallet gaat, moet het GTIN van de inhoud (hetzij van de pallet zelf, hetzij van de doos op de pallet) meegedeeld worden.
9. Haakjes ook vertaald in streepcode: Deze haakjes mogen enkel gebruikt worden in de mensleesbare vertaling onder de streepcode.
10. Weglaten haakjes van de AI’s in de cijfers onder de UCC/EAN-128 streepcode: Zonder de aanwezigheid van de haakjes in de mensleesbare vertaling is de gegevensstring moeilijk te lezen – indien daartoe de nood zou bestaan.
De systematische controle van alle verpakkingen is niet haalbaar en ook niet ons objectief. Probleemstreepcodes kunnen evenwel toegestuurd worden. Hiervoor zorgt GS1 Belgium & Luxembourg voor een snel, gedetailleerd en kosteloos advies. Voor de goede orde verzoeken wij om toezending van origineel drukwerk (geen fax, geen elektronisch bestand). Bij doorzichtige verpakkingen is het nuttig ons de verpakking met productinhoud te sturen.
Nuttige informatiebronnen vindt u in de rubriek Codering op onze website. Dit zijn:
Sinds 2006 kan u eveneens beroep doen op e-Learn modules (registreren via knop e-Learn op elke bladzijde van onze website). De modules die het best aansluiten bij de context van dit artikel zijn: ‘Basic Concepts’ en ‘Print shop’.