nr:
2006 - 3
De in totaal 200.000 metalen rolkarretjes van de Finse post, of Posti zoals die daar heet, zijn onmisbaar voor een bedrijf dat jaarlijks 25 miljoen pakjes verstuurt. Alleen weet Posti wel wanneer ze vertrekken, maar niet wanneer ze terugkomen. Elk jaar verdwijnen 17.000 rolkarretjes en investeert Posti 1,3 miljoen euro om de spoorloze karretjes te vervangen. Posti besloot daarom om een pilootproject met RFID-technologie op te starten om de karren efficiënt te traceren. Want erger nog dan het verlies van de karretjes op zich, was dat de service levels aan de klant in het gedrang dreigden te komen. Een kar nodig hebben en er geen vinden betekent immers overwerk voor het personeel en vertraging van de leveringen.
De rolkarretjes mogen dan de directe aanleiding gevormd hebben om het pilootproject met RFID op te zetten, ze waren niet de enige drijfveer van Posti. Net zoals andere Europese postbedrijven voelt ook Posti dat het efficiëntie hoog in het vaandel moet hebben om zijn concurrentiepositie, zowel in Finland als in de andere landen rond de Baltische zee waar Posti actief is, te verzekeren. Klanten en andere operatoren vragen steeds meer gedetailleerde en proactieve informatie over zendingen, zodat elektronische informatie en processen een noodzaak worden. Posti is vastberaden die trein niet te missen en wil stap voor stap kennis verwerven over hoe RFID en andere technologieën die doelstellingen kunnen helpen te bereiken.
Goed anderhalf jaar geleden begonnen de gesprekken over een pilootproject met RFID voor het traceren van herbruikbare assets, zijnde de rolwagentjes, in Helsinki. Posti riep Capgemini en BEA Systems, gespecialiseerd in EIS (Enter-prise Infrastructure Software), op het appel om te bestuderen of er een business case in zat, waarna het licht op groen werd gezet voor labtests met de karren van Posti in het VK, de thuisbasis van BEA Systems. Op basis van de test resultaten besloot Posti het pilootproject te implementeren met als doel inzicht te verwerven in vijf grote vraagstukken. Hoe kunnen we RFID in onze processen inzetten zonder integratie in de bestaande productiesoftware? Hoe werkt de technologie? Welke tags, antennes en lezers, zowel vaste als hand-held, passen het best in de omgeving van Posti, waar karren in de winter extreem koude temperaturen moeten doorstaan? Waar bevinden de karren zich en waar blijven ze langer dan toegestaan? Welke toegevoegde waarde creëren de gegevens van de readers in vergelijking met de informatie die beschikbaar was vóór het RFID-piloot-project?
Het pilootproject zelf nam acht weken in beslag en had betrekking op dertig klanten en tweehonderd karren die met een tag uitgerust werden. In het sorteercentrum van de Finse post in Helsinki werden drie poorten uitgerust met vaste UHF-readers van de Italiaanse producent Caen. De Philips-tags werden speciaal ontwikkeld voor gebruik bij Posti. Niet alleen de antenne vroeg bijzondere aandacht om in een postomgeving te kunnen functioneren, ook de behuizing en de locatie van de tag vereisten heel wat studiewerk. De uiteindelijke kostprijs per tag omschrijft Heljä Salomaa, logistiek directeur van Finland Post Corporation, als ‘enkele' euro.
Mika Lindholm, business development director van Capgemini: "Dat de rolkarren metalen constructies zijn, is al een eerste uitdaging. Maar daarenboven vormen de karren, als ze leeg in mekaar geschoven zitten, een kooi van Faraday waar geen lezingen in uitgevoerd kunnen worden. Voor de locatie van de tag moest rekening worden gehouden met het feit dat de karren zowel automatisch gelezen worden, bij het verlaten van het sorteercentrum, als via handheld readers bij de levering aan de klant. Ook bleek het geen eenvoudige klus voor dit project een geschikte handheld reader te vinden. Nog maar weinig modellen voldeden immers aan de eisen van de Posti-omgeving. Uiteindelijk hebben we gekozen voor een prototype van MaxID, een Brits bedrijf dat de producten van het Zuid-Afrikaanse Sygade Solutions verdeelt."
Figuur 1 schetst hoe de gegevensstroom tijdens het project verliep. Volgende gegevens werden geregistreerd: datum en uur, chauffeursidentificatie, rolwagen-identificatie, klantidentificatie en een aantal events zoals het oppikken en leveren, laden en lossen, en lege of volle rolwagen. Al die gegevens werden vervolgens vi-sueel weergegeven in rapporten waaruit de circulatie van de karretjes kon worden afgeleid, alsook het aantal events per klant of per route, het aantal karretjes dat een klant dagelijks gebruikt en de totale vraag naar karretjes per dag, per week, per route en per klant.
De RFID-architectuur bij het Posti-pilootproject
Figuur 1
Heljä Salomaa: "De tags werden voor de volle honderd procent correct gelezen. Dus wat asset management betreft, verschafte de RFID-oplossing ons ongetwijfeld een veel grotere controle op de beweging van onze rolwagens. Bij-gevolg hadden we steeds karren ter beschikking, zodat we, als RFID op grotere schaal uitgerold wordt, onze kosten flink kunnen drukken. Enerzijds omdat we veel minder vervangingskosten hebben en anderzijds omdat we onze klanten op basis van die gegevens correct kunnen factureren voor het gebruik van onze karretjes. Tot slot leverden de RFID-gegevens ons ook interessante analysetools op. We kunnen nu perfect analyseren hoe de rolwagens circuleren, hoelang ze ergens blijven staan, hoe frequent ze worden gebruikt en waar ze verdwijnen."
Om alle geregistreerde gegevens van de readers om te zetten in bruikbare informatie voor het asset management van Posti, implementeerde BEA Systems er zijn RFID-platform dat zowel de huidige als toekomstige RFID-plannen van Posti ondersteunt. De BEA Weblogic RFID Edge Server beheert de readers van op afstand en filtert de gegevens die ze registreren. Posti zelf kan de gegevens te allen tijde raadplegen op BEA's Weblogic Portal. Figuur 2 geeft het framework weer.
In totaal investeerde Posti ongeveer 100.000 euro in het pilootproject. Een investering die niet alleen toeliet de oor-spronkelijke doelstelling, namelijk het traceren van de rolwagens en het drukken van de total cost of ownership, te realiseren, maar ook andere pistes heeft blootgelegd waarin RFID in de toekomst een rol kan spelen. Zo wil Posti op termijn alle rolwagens in alle depots van de Finse post met tags uitrusten en ook de brieven en pakjes via RFID gaan traceren. Tomi Pienimäki, Chief Technology Officer van Posti, vertelt op welke termijn hij een grootschalige RFID-implementatie voorziet.
Solution framework BEA Systems
Figuur 2
T. Pienimäki: "We hebben er bewust voor gekozen met een kleinschalig project te beginnen. We wilden zeker zijn dat we ons er niet zouden aan vergalopperen en wilden stap voor stap leren en uitbreiden. Dit jaar en volgend jaar willen we onze technology roadmap uittekenen en ons beperken tot het traceren van een beperkt aantal transportunits en een aantal zendingen met een hoge waarde. Ook een testproject waarbij we overschakelen op Gen2 tags moet tegen eind 2007 een feit zijn. Vanaf 2008 willen we ook andere transportunits met tags uitrusten en RFID dieper integreren in onze processen naar de klant toe. Tegen 2009 zouden we dan voor het eerst met tracering op item-niveau moeten kunnen starten."
Ook de logistieke activiteiten die Posti niet zelf uitvoert, met name de over-names die het bedrijf zowel in eigen land als in Denemarken uitvoerde, wil Posti op termijn in zijn RFID-project betrekken. Maar de eerste concrete roll-out laat nog even op zich wachten. Minstens tot de technologie een hogere graad van maturiteit bereikt heeft. "We willen vermijden dat we te vroeg op grote schaal in hardware beginnen te investeren. Nu werken we met UHF readers, maar wat als we die in groten getale aankopen en er komen binnenkort readers op de markt die zowel HF als UHF aankunnen?", aldus Pienimäki. Wanneer de pilot met de tweehonderd rolwagens in de praktijk opnieuw opgepikt wordt, durfde hij dus niet te voorspellen.