Volgens de Europese General Food Law en het Belgische KB van 14 november 2004, zijn sinds 1 januari 2005, alle bedrijven uit de voedingssector verplicht om hun inkomende en uitgaande goederenstromen te traceren. Bovendien moet, met behulp van lotnummers, de link kunnen gelegd worden tussen de inkomende en uitgaande goederen. Dit laat toe om - wanneer nodig - producten snel op te sporen en uit de handel te halen.
Daarnaast wordt traceerbaarheid ook steeds belangrijker in toepassingen zoals het identificeren en lokaliseren van besmette of onveilige farmaceutische producten, het valideren van de aan- of afwezigheid van bepaalde bestanddelen die belangrijk zijn voor de consument (organische voeding, allergene stoffen in cosmetica) en het opsporen van namaakproducten.
Traceerbaarheid in niet enkel van belang in de onderneming zelf, het is ook bedrijfsoverschrijdend. Door gebruik te maken van een uniforme taal kunnen handelspartners onderling een snelle en continue gegevensoverdracht garanderen. De GS1 standaarden lenen zich hier uitermate toe.
De GS1 Global Traceabilitiy standard beschrijft het traceringsproces onafhankelijk van de keuze van beschikbare technologieën. Deze standaard definieert de minimum vereisten voor bedrijven uit alle sectoren en licht de meest geschikte GS1 standaarden toe om de informatie correct en efficiënt te kunnen beheren. Een aantal belangrijke GS1 traceringinstrumenten die vandaag gehanteerd worden, zijn het GS1 Logistiek Etiket en het DESADV bericht (verzendnota).
GS1 Belgium & Luxembourg stelt tevens een aantal documenten ter beschikking die zijn opgesteld in het kader van de nationale Werkgroepen Tracering:
print deze pagina