auteur: Leen Danhieux
nr:
2006 - 2
Een jaar geleden heeft GS1 Europe een aantal harmonisatieprojecten opgestart. Zo ook werd een werkgroep opgericht om de regels voor het identificeren van groenten en fruit op Europees niveau te harmoniseren. Deze Europese werkgroep heeft naast een Europese specificatie aanbevelingen geformuleerd om de migratie naar eenvormigheid in goede banen te leiden. Hierna vindt u een overzicht van de vastgestelde divergenties in de identificatieregels alsook de internationale afspraken die in het kader van de Europese specificaties gemaakt zijn.
Door hun typische productkarakteristieken (o.a. meerdere variëteiten, categorieën, calibers, veranderlijk gewicht, ...) en hun specifieke verdeling op de markt (o.a. in bulk, voorverpakt, per stuk, ...) zijn de identificatieregels voor fruit en groenten vrij complex. In het verleden werd waar mogelijk beroep gedaan op de standaard GS1 regels, maar soms was dit door diverse handelspraktijken of bij gebrek aan een consensus op internationaal niveau niet altijd haalbaar. In dat geval werd door de GS1 organisaties puur nationale regels ontworpen. Anderzijds zijn er ook landen die de bestaande GS1 regels niet altijd even correct volgen. Dergelijke nationale regels en afwijkingen belemmeren een vlotte handel over de grenzen heen. GS1 Europe vond het daarom noodzakelijk een werkgroep op te starten die zich zou buigen over de harmonisering van de identificatieregels voor fruit en groenten. De werkgroep definieerde hiervoor eerst de divergenties en trachtte dan, waar mogelijk, internationale afspraken te maken. De belangrijkste divergenties en afspraken die hiervoor uitgewerkt zijn door de Europese werkgroep, worden hieronder op een rijtje geplaatst.
Voor het identificeren van detailhandelseenheden met veranderlijke gewicht, stelt GS1 de prefixreeks 02 en 20 tot 29 ter beschikking. Elke GS1 organisatie kan binnen deze prefixreeks nationale oplossingen uitwerken. Zo hanteert GS1 Belgium & Luxembourg prefix 28 (structuur met gewicht) en prefixen 295 en 296 (structuren met de prijs in euro) voor het identificeren van voorverpakte detailhandelseenheden met veranderlijk gewicht die verkocht worden onder merknaam van de fabrikant. De prefixen 02 en 20 t.e.m 27 blijven vrij. Andere GS1 organisaties hebben hiervoor dan weer hun eigen nationale oplossingen. Zolang gebruik gemaakt wordt van de EAN-13 streepcode op deze producten, lijkt een internationale harmonisatie van deze nummeringsstructuren ondenkbaar want men botst onvermijdelijk op de enorme diversiteit aan valuta’s en gewichtseenheden wereldwijd. Op termijn zullen nieuwe GS1 technologieën op kassaniveau, zoals RSS en EPC, hierop wel een passende oplossing kunnen bieden.
Bij de codering van standaardgroeperingen en bulkartikelen stelde de werkgroep tevens een aantal divergenties vast. Voor standaardgroeperingen met een vast gewicht biedt het GS1 systeem de mogelijkheid om een GTIN-13 of een GTIN-14 te gebruiken. In een aantal landen wordt het gebruik van GTIN-14 niet echt aangemoedigd/gebruikt. Voor standaardgroeperingen met veranderlijk gewicht en bulkartikelen legt GS1 de standaard GTIN-14 structuur met leidende 9 op. De indicator 9 geeft aan dat het om een groepering met veranderlijke hoeveelheid gaat en dat een hoeveelheidsindicatie moet volgen. Ook hier bleek dat niet alle landen deze oplossing erkennen, noch in de streepcodes noch bij de EDI uitwisselingen en datasynchronisatie. Landen die zich niet aan de GS1 standaardregels houden, krijgen de huistaak mee de divergenties zo snel mogelijk weg te werken. GS1 Belgium & Luxembourg is op dit vlak perfect in lijn met de internationale GS1 specificaties.
Als antwoord op de complexiteit van de codering van verpakte generieke (merkloze) groenten en fruit hebben een aantal Europese GS1 organisaties nationale catalogi ontworpen. Zo ook heeft GS1 Belgium & Luxembourg destijds een nationale catalogus uitgewerkt (zie rubriek Codering van onze website). Deze catalogus bevat een lijst van 4-cijferige catalogusnummers die in combinatie met nationale nummeringstructuren gebruikt worden. Dit zijn:
Voorverpakte producten met veranderlijk gewicht:
Nationale prefix | Nationaal catalogusnummer | Prijs in € (E) Gewicht in kg (Q) | Controlecijfer |
2 9 8 2 9 8 | 0 | | | | | | | | | E E ,E E Q Q, Q Q Q | C C |
Voorverpakte producten met vast gewicht:
Voorverpakte producten met vast gewicht worden geïdentificeerd met een standaard GTIN, hetgeen dit nummer internationaal bruikbaar maakt. De structuur is als volgt:
Prefix | Verpakkingstype en gewicht | Nationaal catalogusnummer | Controlecijfer |
54 0000 | X X | | | | | | C |
Een dergelijke nationale catalogus heeft echter wel beperkingen:
Omwille van deze beperkingen, alsook om redenen van harmonisering van de GS1 standaarden over de grenzen heen, heeft de Europese werkgroep besloten dat alle groenten en fruit – dus ook de verpakte generieke producten – overeenkomstig de standaard GS1 regels gecodeerd moeten worden. Dit heeft tot gevolg dat het gebruik van nationale catalogi voor generieke groenten en fruit – dus ook deze van onze organisatie – zal komen te vervallen per 1 januari 2008. Wij raden daarom aan om vanaf heden alle nieuwe verpakte generieke producten overeenkomstig de standaard GS1 regels te coderen (zie Handboek Codering) en alle bestaande producten aan te passen tegen uiterlijk 1 januari 2008.