auteur: Dominique vertroost
nr:
2007 - 2
Ter gelegenheid van het 30-jarig bestaan van GS1 Belgium & Luxembourg, besliste de Raad van Bestuur een grote ledenenquête te laten uitvoeren om de huidige toepassingsgraad van de standaarden bij de leden te kwantificeren en te peilen naar hun visies en verwachtingen wat betreft de standaarden en de aangeboden diensten door onze organisatie. Na een offertevraag, werd TNS Dimarso aangewezen om het onderzoek uit te voeren. De bevindingen hiervan werden voorgesteld ter gelegenheid van onze Algemene Vergadering op 20 maart ll. Hierna een analyse van de belangrijkste resultaten.
Een steekproef van 508 ondernemingen werd samengesteld, hetgeen overeenstemt met 10,8% van onze 4.700 leden. Deze steekproef is representatief voor onze leden aan fabrikanten- en distributeurszijde op basis van drie criteria: zakencijfer, regio en activiteitensector. 283 hebben de enquête online ingevuld via het CAWI systeem (Computer Assisted Web Interviewing) terwijl 225 ondernemingen telefonisch gepeild werden door middel van het CATI systeem (Computer Assisted Telephone Interviewing). De online bevraging liep van 16 januari tot 1 februari 2007 en de telefonische enquête van 31 januari tot 26 februari 2007.
We maken van deze gelegenheid gebruik om onze oprechte dank te betuigen aan de leden die bereid waren om tijd vrij te maken voor het beantwoorden van onze vragen.
Sectorale spreiding:
De representativiteit werd verzekerd op basis van de NACE classificatie zoals gebruikt in ons ledenbestand. Binnen de categorie fabrikanten/leveranciers zijn de voedings- en drankensector het breedst vertegenwoordigd met 52 %. Daarop volgt: de textielsector (7%), chemische producten/meststoffen en zaden (7%), hygiëne en onderhoud (4%), doe-het-zelf en elektriciteit (2%) gevolgd door een groot aantal kleinere categorieën. 18% van de vertegenwoordigde bedrijven verhandelen een assortiment van 1 tot 24 producten en 70% beschikken over slechts één vestiging in België.
TNS Dimarso hield rekening met 6 toepassingen die we hierna in detail zullen analyseren. Het gaat om:
Indien we onze leden opdelen volgens het aantal gebruikte toepassingen, komen we tot dit beeld:
Indien we deze gegevens verder opsplitsen volgens sector, stellen we vast dat de grootste gebruikers zich bevinden in de voedings- en drankensector (gemiddeld 3,1 toepassingen) en in de detailhandel (gemiddeld 2,6 toepassingen). Het zakencijfer speelt eveneens een rol. De grote gebruikers zijn deze met een zakencijfer boven 125 M euro (gemiddeld 4 toepassingen) en deze met een zakencijfer tussen 12 en 125 M euro (gemiddeld 3,4 toepassingen).
88% van de ondervraagde ondernemingen hebben hun consumenteneenheden voorzien van EAN-13 nummers en streepcodes. Wanneer wordt gepolst naar de codering van standaard omverpakkingen (dozen), daalt dit percentage naar 53%. Een analyse per sector toont aan dat ondernemingen binnen de voedings- en drankensector veruit de hoogste score halen met 70% van de standaard omverpakkingen. Eveneens interessant is dat 75% van de leden voor de GTIN-13 oplossing kiezen tegen 25% voor de GTIN-14 oplossing. Onder de bedrijven die hun standaard omverpakkingen coderen, past 79% deze codering toe op minstens 50% van hun omverpakkingen. De resultaten dalen nog verder wanneer de nummering van standaardpaletten aan bod komt. Slechts 18% van de bevraagde ondernemingen (maar wel 29% van de bedrijven binnen de voedings- en drankensector) zeggen een GTIN toe te kennen aan hun standaard paletten. Nog 18% van de bedrijven verklaart echter niet te beschikken over standaardpaletten.
75% van de ondernemingen binnen de steekproef, die hun dozen en/of paletten coderen, hebben de nummers ervan ook effectief uitgewisseld met hun handelspartners of klanten.
De communicatiemiddelen hiervoor aangewend zijn: (meer dan één antwoord mogelijk):

De ondernemingen die vandaag gebruik maken van EDI of van een data pool zijn deze met een zakencijfer boven 12 M euro en hoofdzakelijk deze met meer dan 125 M euro.
De aangewende streepcodes op omverpakkingen zijn als volgt gespreid (meer dan één antwoord mogelijk):

Wanneer de GS1-128 streepcodering wordt gebruikt op dozen, zijn de meest voorkomende gegevens: het GTIN van de doos (80%), het lotnummer (78%) en een datum - Best Before of Use By (76%). In 44% van de gevallen wordt ook het gewicht gecodeerd, een indicatie dat bedrijven die werken met gewichtsartikelen, sterk vertegenwoordigd zijn.
30% van de ondervraagde bedrijven verklaren gebruik te maken van het GS1 logistieke etiket op hun logistieke eenheden (paletten en andere). Hier zijn het alweer de bedrijven binnen de voedings- en drankensector die de lijst aanvoeren met 48% positieve antwoorden. Ongeveer 70% van de bedrijven die hun logistieke eenheden coderen, doen dat voor 50% of meer van hun eenheden. In het streepcodegedeelte van het etiket zijn de meest voorkomende gegevens de SSCC (70% van de gevallen), gevolgd door het lotnummer (58%), de datum (53%), het GTIN van de doos of de pallet (41%) en het gewicht (38%).
31% van de ondernemingen gebruiken of voorzien het gebruik van scanning voor logistieke toepassingen in de opslagplaats. De belangrijkste toepassingen zijn de verzending (73%), de goederenontvangst (66%), de voorbereiding van leveringen (64%) en het stock- en inventarisbeheer (55%). Dit wijst erop dat een deel van de bedrijven zich bewust zijn van de interne voordelen van de codering, terwijl velen de codering nog ervaren als een loutere verplichting.
We maakten van dit onderzoek gebruik om een eerste peiling uit te voeren naar het gebruik en de kennis rond de RFID/EPC oplossingen bij onze leden. 11% van de deelnemers aan het onderzoek zeggen reeds gebruik te maken van RFID binnen het bedrijf en dit hoofdzakelijk voor gegevensuitwisseling en objectidentificatie. 70% van de ondervraagde bedrijven overwegen echter nog geen enkele actie inzake RFID implementatie. Bovendien verklaren 89% van de deelnemers EPC (Electronic Product Code) niet te kennen en 74% heeft geen belangstelling om er meer over te weten! Deze cijfers dalen tot respectievelijk 67% en 57% voor de ondernemingen met een zakencijfer boven 125 M euro. De doorbraak van EPC in België en in het groothertogdom Luxemburg heeft dus nog een hele weg af te leggen!
De tools voor elektronische uitwisseling van gegevens zijn EANCOM®, Web-EDI en XML. De verdeling ervan wordt weergegeven als volgt:
| EDI-EANCOM® | Web-EDI (als % van de EDI-EANCOM® gebruikers) | XML |
Ja | 24% | 30% | 10% |
Neen, maar wordt voorzien | 14% | 10% | 12% |
Neen en wordt niet voorzien | 53 % | 50% | 62% |
Weet niet | 9% | 10% | 16% |
Door de band merken we dat de elektronische uitwisseling voornamelijk leeft bij middelgrote en grote ondernemingen. Web-EDI echter krijgt de meeste aanhang van bedrijven met een zakencijfer onder 12 M euro.
Bij de ondernemingen die aan eCom doen - of het nu om EANCOM®, Web-EDI of XML gaat, zijn de bevoordeelde partners logischerwijze de klanten, de logistieke dienstverleners, de transporteurs en de leveranciers. In het geval van XML, maakt 22% gebruik van dit communicatiemiddel voor gegevensuitwisseling met administraties.
35% van de EDI gebruikers doen een beroep op een netwerk met toegevoegde waarde voor de EDI uitwisselingen, terwijl 24% gebruik maakt van het AS2 communicatieprotocol. 50% kent het antwoord op de vraag niet!
Bij de ondernemingen die berichten uitwisselen, staan de bestelling, leveringsbon en factuur bovenaan het lijstje. De traceerbaarheid verklaart ongetwijfeld de groeiende interesse voor de elektronische leveringsbon en de groei van de elektronische factuur hangt ongetwijfeld samen met de toenemende belangstelling ervoor bij de Belgisch-Luxemburgse distributiesector.
Bij de vraag of andere berichten in de nabije toekomst zullen worden toegepast, kwam geen enkel bericht duidelijk naar voor.
73% van de bedrijven die aan EDI doen, integreren hun berichten systematisch in een informatiesysteem. 23% drukt ze nog af om ze nadien opnieuw in te voeren. De grote ondernemingen voeren de integratie van berichten beter uit dan de kleine ondernemingen.
Voor wat betreft de elektronische factuur, zegt 13% geen papieren facturen meer te sturen naar bepaalde handelspartners. Het betreft hier voornamelijk ondernemingen met een zakencijfer boven 125 M euro. 21% van de bedrijven ontvingen reeds vragen van handelspartners die vandaag nog een papieren factuur ontvangen. 54% van hen wensen de elektronische factuur te ontvangen in de loop van 2007 en 32% op langere termijn.
| Productfiche EDI-Web E-XML | Adresgegevens EDI-XML | Bestelling EDI-Web E-XML | Leveringsbon EDI-Web E-XML | Factuur EDI-Web E-XML |
Ja | 24 -19 -24% | 19-24% | 82 -72- 43% | 57 - 42- 25% | 65 -53- 25% |
Neen maar wordt voorzien | 15- 17- 12% | 11-12% | 7 - 8- 18% | 14 -19-26% | 16- 19- 26% |
Neen en niet voorzien | 48 -53- 53% | 55-53% | 10 -14- 27% | 21-31- 35% | 16-25- 39% |
Weet niet | 13 -11- 11% | 15-11% | 1 - 6 - 12% | 8 - 8 - 14% | 3 -3- 10% |
Slechts 8% van de ondervraagde bedrijven maken reeds gebruik van de diensten van een data pool. In neerwaartse orde van belang zijn dat: CDB, Sinfos, GXS, 1Sync en Agentrics.
De aangewende middelen om een data pool te voeden en/of te raadplegen zijn:

11% van de ondernemingen werden gecontacteerd door handelspartners met het verzoek om gebruik te maken van een data pool. Onder hen, wenst 55% dat het bedrijf hiermee aanvangt in de loop van 2007 en 29% op langere termijn. Naast de huidige diensten, zouden de bedrijven willen beschikken over de volgende functionaliteiten: de uitwisseling van commerciële gegevens (55%), de uitwisseling van lastenboeken (35%) en de uitwisseling van informatie over verpakkingsafval (24%).
47% van de bedrijven beschikt over een traceerbaarheids- systeem of is bezig met het opzetten ervan. De grote bedrijven zijn zich veel meer bewust van de problematiek van traceerbaarheid. Gemiddeld heeft 67% onder hen de eerste stappen ondernomen. Dat hoofdzakelijk bedrijven uit de voedings- en drankensector dit project leiden (75% van de ondervraagde ondernemingen in de sector), zal niemand verrassen. De enquête toont aan dat traceerbaarheid voornamelijk opgezet is op het niveau van de grondstoffen (69%), van de consumenteenheden (57%), van de paletten en andere verzendeenheden (55%) en van de dozen en colli (54%). Van de betrokken bedrijven, verklaart 32% het GS1 logistiek etiket en 5% het DESADV bericht (elektronische leveringsbon) te gebruiken als traceringsinstrumenten. Deze cijfers bewijzen dat heel wat bedrijven gebruik maken van een zuiver intern traceersysteem.
Zoals onderstaande figuur aangeeft, ligt de algemene tevredenheidsgraad over de verschillende projecten hoog tot zeer hoog.
Op de vraag ‘Hoe beoordeelt u de GS1 standaarden in het algemeen', antwoordt 44% ‘uitstekend' of ‘zeer goed' maar een meerderheid van 53% houdt het bij de term ‘goed'. Slechts 3,6% van de leden beoordelen ze met ‘gemiddeld' of ‘slecht'.
Uitgaande van de veronderstelling dat men keuze zou hebben tussen verschillende bedrijfsstandaarden, zegt 68 % van de ondervraagde leden zeker opnieuw voor de GS1 standaarden te kiezen. Wanneer de vraag naar het nut van de GS1 standaarden wordt aangesneden, vindt 44% ze nuttig, 27% zeer nuttig en 9% uiterst nuttig.
Vervolgens werden de leden ondervraagd over het belang van de GS1 standaarden voor hun beheer.
Worden beschouwd als belangrijk tot zeer belangrijk het feit dat de standaarden de mogelijkheid bieden tot:
Het besef van de intrinsieke waarde van de standaarden is duidelijk meer aanwezig bij de grote ondernemingen. Los van het aspect verplichting, brengen de standaarden reële voordelen met zich mee.
De ondervraagde ondernemingen schijnen geen echte problemen te ervaren bij het implementeren van de standaarden. Van alle aangehaalde problemen, scoort het aspect ‘complexiteit' het hoogst met 6%. De enige meldenswaardige factor die ondernemingen zou aanzetten tot intensiever gebruik van de GS1 standaarden is de vraag van klanten (19%) van verre gevolgd door traceerbaarheid en stockbeheer (elk 5%).
83% van de ondervraagde leden tonen zich zeer tevreden of eerder tevreden over de dienstverlening van GS1 Belgium & Luxembourg. Het nut van de verschillende diensten scoort als volgt:
Verwachte dienst | Nuttig voor % leden |
Streepcodecontroles | 54% |
Technische bijstand via telefoon | 43% |
Advies op maat | 38% |
Informatie over solution providers | 23% |
e-Learn | 22% |
Seminaries | 19% |
Deelname aan werkgroepen | 10% |
Wanneer men het heeft over tevredenheid over bepaalde diensten, stellen we vast dat een grote ledengroep - vooral bedrijven met een zakencijfer onder 2,5 M euro - geen weet hebben van deze diensten.
Dienst | Zijn tevreden | Niet gekend/geen ervaring mee |
Technische bijstand per telefoon | 37% | 58% |
Kwaliteit van de handleidingen | 50% | 42% |
Onderwerpen behandeld in de folders, bulletins, ... | 51% | 36% |
Frequentie van de nieuwsbrieven | 55% | 36% |
Seminaries | 19% | 71% |
Website | 48% | 44% |
In de nieuwsbrieven, zeggen onze leden vooral geïnteresseerd te zijn in informatie over de GS1 standaarden (72%), de internationale context (36%), case studies (38%) en marktoplossingen (33%).
Bij de vraag over de projecten waarvoor GS1 Belgium & Luxembourg zich meer zou moeten inzetten, behalen alle projecten een min of meer gelijkwaardige score:
3% van de leden toont zich heel geïnteresseerd en 21% eerder geïnteresseerd in een mogelijke individuele consultancy dienst (tegen betaling) door GS1 Belgium & Luxembourg.
De website wordt doorgaans positief onthaald. 63% van de ondernemingen bezochten de website reeds. 75% onder hen vinden hem zeer of eerder gebruiksvriendelijk en 76% zijn van mening dat hij zeer of eerder volledig is.
Naast de statistische tabellen, heeft TNS Dimarso de enquêteresultaten ook geanalyseerd aan de hand van haar TRI*M methodologie. Het gaat hier om een universele en vergelijkbare index die ‘benchmarking' toelaat t.o.v. 100.000 interviews afgenomen in dezelfde sector (met name de dienstensector) door TNS Dimarso tijdens de afgelopen 4 jaar in Europa. Deze index steunt op 4 factoren:
GS1 Belgium & Luxembourg behaalt een index 64 en situeert zich daarmee precies in het midden van de schaal van benchmarks in Europa.
Op basis van de assen ‘loyaliteit' en ‘tevredenheid', onderscheiden we 4 ledencategorieën:
Het loont de moeite deze profielverdeling opnieuw te bekijken in functie van het zakencijfer.
De tevredenheid ligt hoog in beide categorieën maar de loyaliteit ligt een stuk hoger bij de bedrijven met een hoog zakencijfer. En wat meer is, deze laatste categorie telt 42% apostels, de categorie die wij trachten te maximaliseren.
De enquête laat eerst en vooral een aantal belangrijke vaststellingen toe:
Het tevredenheidonderzoek liet toe drie conclusies te trekken waarmee zal moeten worden rekening gehouden bij het ontwikkelen van actielijnen voor de toekomst:
Het onderzoek en meer bepaald de conclusies vormen een onmisbare bijdrage tot de strategische studie die GS1 Belgium & Luxembourg momenteel uitvoert. In onze volgende Bulletins, wordt dit onderwerp opnieuw aangesneden met uitleg over hoe onze organisatie pro-actief zal reageren om de diensten aan onze leden nog te verbeteren en de drempel naar verdere ontwikkeling verder te verlagen.