auteur: Dominique vertroost
nr:
2006 - 3
Vandaag is scanning in winkels en opslagplaatsen niet meer weg te denken. Ook al wordt RFID (radiofrequentie identificatie) meer en meer naar voor geschoven, toch blijft de streepcode in 95% van de toepassingen de gekozen gegevensdrager voor automatische identificatie. Wil men zeker zijn dat een streepcode doorheen de toeleveringsketen zal scannen, dan zijn standaard controleprocedures belangrijk. Met dit artikel willen wij onze leden wegwijs maken in deze vrij complexe materie.
Onder verificatie verstaat men het technisch proces waarbij een streepcode gemeten wordt om zijn conformiteit met de specificaties te bepalen. Met specificaties bedoelt men in eerste instantie de streepcode specificaties en in bepaalde gevallen ook de formattering van de gegevens (vb. het gebruik van de Application Identifiers en scheidingstekens in de UCC/EAN-128 streepcodering).
Een verifier is een precisie meetinstrument dat ontworpen is om correcte en constante metingen van een streepcode uit te voeren en deze metingen te toetsen aan de waarschijnlijke scanningresultaten van de streepcode onder een aantal voorwaarden.
Een scanner vangt het licht op dat gereflecteerd wordt door de strepen en spaties van de streepcode en zendt een elektrisch signaal uit dat in verhouding staat tot de hoeveelheid gereflecteerd licht voor elke streep en elke spatie. De scanner interpreteert deze elektrische signalen en past een set regels toe (het ‘decodeeralgoritme') om het strepen- en spatiepatroon van de gescande streepcode te herconstrueren. Er bestaan echter geen 2 types scanners met volledig identieke scanningresultaten. Fabrikanten kunnen namelijk extra toleranties inbouwen zodat ook slecht gedrukte of onvolledige streepcodes gescand kunnen worden. Zo kan het gebeuren dat een niet conforme streepcode wel door scanner A maar niet door scanner B gescand wordt.
Dit verklaart waarom een streepcode gecontroleerd wordt met een verifier en niet met een scanner. Een verifier steunt op een gestandaardiseerd referentie decodeer algoritme en op calibratie van zijn optische respons. De combinatie van beide elementen zorgt ervoor dat een verifier een constante en objectieve evaluatie verleent, onafhankelijk van het type scanner dat gebruikt zal worden.
In de jaren 70 werden de eerste traditionele verifiers ingevoerd. Gebrek aan standaardisatie leidde echter tot eindeloze conflicten waarbij leverancier, drukker en klant over verschillende toestellen en bijgevolg afwijkende verificatie resultaten beschikten.
Rond 1990 ontstond een gestandaardiseerde methode in de Verenigde Staten, toen gekend als ‘ANSI verification'. Later werd deze methode in Europa overgenomen als Europese standaard en in 2000 werd ze als ISO standaard (ISO/IEC 15416) gepubliceerd.
Een ‘ISO verifier' kijkt naar een streepcode op dezelfde manier als een scanner dit zou doen. Hij evalueert de streepcode kwaliteit niet met een eenvoudige ‘pass/fail' beslissing maar met een reeks van vier mogelijke ‘pass' graden (genoteerd van 4 tot 1 of A tot D(2) in afdalende orde van kwaliteit) en één ‘fail' graad (0 of F). Zo kan voor een bepaalde applicatie de meest aangepaste minimum acceptatiegraad bepaald worden.
De relatie tussen streepcode gradaties aldus gemeten en de mate waarin streepcodes effectief scanden lag zo hoog, dat deze methode vrij snel universeel aanvaard werd. Bedrijven wisten bijvoorbeeld dat graad 2 of C of beter voldoende was om aanvaardbare scanning-resultaten te bereiken.
De volgende tabel biedt een referentielijst van de gebruikte parameters afhankelijk van het type streepcodering en de toepassing.
Streepcodering | Toepassing of ID | Gradatie | Opening (aperture) | Golflengte |
EAN/UPC | GTIN-13, GTIN-8 of GTIN-12 | 1,5 of C | 6 mils | 670 nm ±10 |
UCC/EAN-128 | GTIN-14 | 1,5 of C | 10 mils | 670 nm ±10 |
UCC/EAN-128 | SSCC-18 | 1,5 of C | 10 mils | 670 nm ±10 |
UCC/EAN-128 | Kleine transport-eenheden | 1,5 of C | 10 mils | 670 nm ±10 |
ITF (X<0,635 mm) | GTIN-14 | 1,5 of C | 10 mils | 670 nm ±10 |
ITF (X>=0,635 mm) | GTIN-14 | 0,5 of D | 20 mils | 670 nm ±10 |
Waarbij:
Zo bijvoorbeeld wordt de vereiste kwaliteitsspecificatie van een EAN-13 streepcode als volgt uitgedrukt: 1.5/06/670.
De ISO verificatie werkt op basis van de zogenaamde ‘Scan reflectance profile analysis', een grafiek die de hoeveelheid licht voorstelt die door de streepcode gereflecteerd wordt. De X-as toont de afmetingen van strepen en spaties, de Y-as de reflectiewaarden. Spaties hebben hoge reflectiewaarden terwijl strepen lage reflectiewaarden vertonen. Het profiel (zie voorbeeld hiernaast) bestaat dus uit pieken en dalen waarvan de breedtes proportioneel zijn met deze van de strepen en spaties. Dit profiel is de basis die een scanner gebruikt om een digitale reconstructie te maken van het strepen- en spatiepatroon van de streepcode en die de decoder opnieuw vertaalt naar de originele gegevenswaarden (vb. het GTIN in een EAN-13 streepcode).
Dit ‘Scan Reflectance profile' wordt door de verifier geanalyseerd in termen van parameters. Sommige parameters houden verband met de reflectie zoals Maximum en Minimum Reflectance, Symbol Contrast, Defects, Edge Contrast en Modulation, terwijl anderen eerder betrekking hebben op dimensionale factoren zoals Decodability en Barcode Gain/Loss.
De belangrijkste parameters zijn:
Bij het gebruik van een ISO verifier moet de gebruiker ook bewust zijn dat een aantal factoren niet gecontroleerd worden alsook dat verificatie een aantal beperkingen inhoudt. Meer bepaald:
Tot midden de jaren 90 had GS1 geen specificatie voor verificatie en werd de pragmatische aanpak geponeerd dat bij een correcte opvolging van de procedures (vb. het uitvoeren van druktesten) en het scannen van enkele stalen door de ontvanger, de kans op problemen minimaal was. Nu een standaard verificatie procedure door ANSI en later door CEN en ISO bekrachtigd werd, verwijzen de GS1 General Specifications naar deze standaard.
Dit betekent nog niet dat elke streepcode moet gecontroleerd worden of dat elke drukker of leverancier zich een verifier moet aanschaffen. Bij stabiele en goed beheerste drukprocessen dringt systematische verificatie zich niet op. Regel-matige verificatie is wel nuttig bij minder stabiele drukprocessen en nog wanneer de klant aandringt op een ISO-verificatie van de aangeleverde goederen.
Leveranciers die slechts uitzonderlijk op verificatie beroep doen, kunnen bij deze gelegenheid of in probleemgevallen stalen ter controle naar GS1 Belgium & Luxembourg sturen. Aan bedrijven die systematische controles wensen uit te voeren, raden wij aan om de aankoop van een verifier te overwegen. Een lijst van materiaalfabrikanten actief op de Bel-gische markt is beschikbaar op onze website (rubriek ‘Codering').
Noteer hierbij dat men verifiers dikwijls indeelt in categorieën:
Vooraleer over te gaan tot aankoop van een verifier, kan men best de volgende vragen stellen:
Voor gedetailleerde informatie over verificatie: zie ‘Bar Code Verification for linear symbols - March 2006' op onze website - sectie Codering.