GS1 Belgilux

Het opzoeken van bedrijfsgegevens via gepir.gs1belu.org:“Van wie is dit GTIN?”

Op heel het wereldwijde GEPIR-netwerk wordt hard gewerkt aan de migratie naar ‘version 3'. Ook GS1 Belgium & Luxembourg migreert binnenkort naar de nieuwe GEPIR, die ook in een ander kleedje wordt gestoken. Een introductie voor gebruikers én voor leken.

Na bijna vijf jaar trouwe dienst is de GEPIR-versie van GS1 Belgium & Luxembourg aan vernieuwing toe. Niet omdat de huidige GEPIR, de zogenaamde ‘versie 2', plots niet meer voldoet, maar vooral omdat GEPIR een beetje het slachtoffer is van zijn eigen succes en er nood was aan bijkomende functionaliteiten. Dat succes is in het geval van GEPIR zeker geen boutade, want als er al eens een probleempje is met onze eigen GEPIR-‘client' (d.i. het luik voor de gebruikers), of als er elders in het internationale netwerk wat misloopt, worden we binnen de kortste keren gecontacteerd door gebruikers die vragen wat er aan de hand is. Beter bewijs voor het frequente gebruik van een webapplicatie bestaat er niet!

Wat is GEPIR?

GEPIR staat voor Global Electronic Party Information Registry. Het is een web-applicatie die gebruikers de mogelijkheid geeft om informatie op te vragen over in gebruik zijnde GS1 Identificatienummers. Bij de meest voorkomende vragen die aan MOs gesteld worden, horen immers ook "Van wie is dit GTIN?", "Welk bedrijf hoort bij dit GLN?" of "Wie zit achter deze SSCC?" Als de corresponderende MO deel uitmaakt van het GEPIR-netwerk --- en in principe zal dat in de loop van 2007 voor álle MOs het geval zijn ---, is het een fluitje van een cent om op deze vraag te antwoorden. Althans, voor wie beschikt over GEPIR.

Het bevragen van GEPIR kan ook in omgekeerde richting , d.w.z. door te zoeken op naam. Op die manier kan men makkelijk de basisgegevens terugvinden van bedrijven die lid zijn van een MO.

Hoe werkt het?

Het pragmatische uitgangspunt van GEPIR is dat de MOs best zelf instaan voor de (lokale) bevraging van de database. Op die manier kunnen de Finnen op hun eigen GEPIR-client in het Fins worden verdergeholpen, de Hongaren op de Hongaarse GEPIR-client in het Hongaars, enzovoort. Een aantal MOs, waaronder GS1 Belgium & Luxembourg, voorzien voor de multinationals onder hun leden ook een Engelse versie.

Een tweede hoeksteen van GEPIR is dat het in feite een registry is, en niet zozeer een datapool van GTINs, GLNs en SSCCs. Dat betekent dat elke nationale knoop van het netwerk enkel een aantal sleutelgegevens bevat én pointers naar externe bronnen. Anders gesteld: elke GEPIR-client bevat niet zozeer het antwoord op de gestelde vraag, als wel informatie over waar dat antwoord kan worden gevonden. Als het gaat om een vraag die betrekking heeft op het eigen land, zal  de GEPIR-server weten waar precies die informatie zich bevindt (bijvoorbeeld op de nationale GEPIR-server zelf) en ze daar opvragen. Als de gezochte informatie niet voorhanden is, wordt de vraag doorgegeven aan de buitenlandse GEPIR-   server die er wél over beschikt. Die heeft logischerwijze ook het laatste woord over de vorm waarin dat antwoord wordt bezorgd. Niet alle landen stellen immers precies evenveel informatie ter beschikking, hoewel ze natuurlijk wél eenzelfde minimum minimorum aanleveren, want anders zou het GEPIR-netwerk geen be-staansreden hebben.

‘Version 3'

Behalve de vernieuwde layout, die in overeenstemming is gebracht met de nieuwe blauw-oranje GS1 huisstijl, zijn er ook inhoudelijk wat wijzigingen. Zo is het niet langer mogelijk om informatie op te vragen aan de hand van onvolledige GS1 Identificatienummers. In de Belgische client was dat al het geval, en deze filosofie wordt nu ook door GEPIR overgenomen. Hetzelfde geldt logischerwijze voor de interne coherentie van een gezocht GS1 Identificatienummer. In ‘version 3' is het enkel mogelijk te zoeken naar nummers met een correct controlecijfer. Ook dat was reeds het geval in de Belgische client en wordt nu overgenomen door het hele netwerk. Ook de mogelijkheden om te zoeken via tekst zijn uitgebreid, want ‘version 3' beschikt over een veld voor de straatnaam. Tenslotte is vanaf nu ook de mogelijkheid voorzien om minimale productinformatie op te vragen. GS1 ziet dat niet als concurrentie voor de eigen datapools van de MOs, die immers B2B-applicaties zijn, maar vooral als service naar de kleine gebruiker. Trouwens, zoals steeds bij GEPIR is de gouden stelregel: elke MO is als enige verantwoordelijk voor ‘zijn' informatie en de kwaliteit ervan, en de MO beslist dus ook zelf hoeveel informatie ter beschikking wordt gesteld. Daarom ook zal men in het ene land meer persoonsinformatie doorgeven dan in het andere, omdat de nationale privacywetgevingen niet in elk land evenveel toelaten. Zo zal het ene land het e-mail adres van een contactpersoon meedelen, een ander land moet het houden bij "info@bedrijf.land", terwijl nog een ander land dergelijke contactinfo helemaal niet zal vrijgeven.

'Version 3' is overigens nog steeds gratis. De MOs zien GEPIR immers ook als een interessant middel om GS1 en de nummeringsstandaarden bij steeds meer bedrijven bekend te maken. Tenslotte spreekt het voor zich dat ‘version 3' neerwaarts compatibel is met ‘version 2', want niet alle landen kunnen even snel migreren en in afwachting van hun migratie moeten ook hun data opvraagbaar zijn vanuit de nieuwe versie.

En nu?

In het verleden was het voor GEPIR --- of correcter: het GS1-team dat GEPIR beheert en dat bestaat uit een aantal IT'ers van MOs --- niet steeds mogelijk om snel in te pikken op nieuwe vragen en desiderata. Dat had vooral te maken met de organische manier waarop het project gegroeid is. De eerste versie was nauwelijks meer dan een veredelde test om na te gaan of het met goedkope state-of-the-art technologie (XML) mogelijk was om de adresbestanden van de MOs aan elkaar te koppelen in een netwerk, zodat de verschillende knooppunten in het netwerk elkaar kunnen bevragen. De tweede GEPIR-versie was daar een meer uitgebreide en flexibere variant op. Omwille van het onverwacht grote succes van GEPIR is er bij de huidige upgrade met name op gelet om versie 3 modulair te maken. Aldus zal het steeds mogelijk zijn om snel en relatief eenvoudig uitbreidingen te voorzien wanneer die zich zouden opdringen. Niet dat daar al plannen voor bestaan. Eerst moeten alle MOs, vooral de kleinere organisaties uit Afrika en Azië, zich definitief op het netwerk aansluiten of upgraden naar versie 3.

De verdere plannen zijn puur een kwestie van beleid en van hoe GS1 (en de MOs) verder willen met het concept. In theorie is the sky the limit, maar in de praktijk kunnen praktische bezwaren daar een stokje voor steken. Sommigen zouden het netwerk graag openstellen voor andere ‘adresleveranciers', anderen willen het dan weer op de een of de andere manier commercialiseren. Maar zo'n vaart zal het allemaal niet lopen, ook niet bij ons. Voorlopig gaat hier alle aandacht uit naar de update naar versie 3. Voor onze leden zal die overgang alleszins transparant zijn, want structureel verandert er niets. Er hoeven dus geen URLs te worden aangepast, het zal alleen even wennen zijn aan de veranderde zoekschermen. Zodra GEPIR v3 live gaat, zal GS1 Belgium & Luxembourg zijn leden daarvan op de hoogte brengen, vermoedelijk in een extra nummer van ons e-News. In een volgend nummer van dit Bulletin komen we zeker terug op de vernieuwde Belgisch-Luxemburgse GEPIR-client.