De patiëntveiligheid verhogen, de supply chain beter beveiligen en de visibiliteit in de supply chain verbeteren zijn cruciale prioriteiten voor de geneesmiddelenindustrie. Dat blijkt uit ons gesprek met Stef Vermeiren van Johnson & Johnson, één van de voortrekkers op dit vlak. In GS1 Belgium & Luxembourg heeft Johnson & Johnson een prima partner gevonden om zijn doelstellingen inzake standaardisatie ook in de farmasector te realiseren, met de nieuwe GS1 DataMatrix als neusje van de zalm.
Op initiatief van onder meer Johnson & Johnson en GS1 Belgium & Luxembourg is specifiek voor België een werkgroep opgericht, die zich buigt over de verschillende aspecten van en obstakels naar een verdere standaardisatie van de codering in de geneesmiddelenwereld. Voor GS1 is het een nieuw werkterrein, maar de enorme knowhow inzake standaardisatie, datacommunicatie en gegevenssynchronisatie, waarover GS1 beschikt, is voor de geneesmiddelenindustrie en voor de ziekenhuiswereld (zie kadertekst) een niet te missen meerwaarde in het overleg binnen de gezondheidssector.
Veel Belgen kennen één geneesmiddelenproducent beter dan alle andere, namelijk Janssen Pharmaceutica in Beerse, een van de dochters van Johnson & Johnson. Onze gesprekspartner Stef Vermeiren heeft een lange loopbaan van meer dan zevenentwintig jaar achter de rug bij Janssen, onder meer in de supply chain, en werkt ondertussen in de Medical Device-sector van Johnson & Johnson, waar hij verantwoordelijk is voor de wereldwijde supply chain van Ethicon. Als internationaal bedrijf bestaat Johnson & Johnson uit drie business units: consumer (verzorgingsproducten, geneesmiddelen die je zonder voorschrift kunt bekomen, ...); farma (geneesmiddelen op voorschrift) en medical devices (hechtingsmateriaal, implantaten, stents, operatiemateriaal, ...).
Wat drijft u tot initiatieven inzake standaardisatie?
Vermeiren: Voor een bedrijf als Johnson & Johnson, dat op internationaal niveau opereert, zijn wereldwijde standaarden noodzakelijk. Om globaal supply chain management mogelijk te maken bijvoorbeeld, moeten we het type van een barcode en zijn inhoud, ongeacht zijn oorsprong of herkomst, op gelijk welke plaats en moment kunnen herkennen.
Waarom is die gegevenssynchronisatie dan zo belangrijk?
Vermeiren: Het is van kapitaal belang dat het juiste geneesmiddel op het juiste moment en op de juiste plaats aanwezig is. Dat begint al bij het plannen van de productie, maar ook tijdens de productie en zeker ook nadien, in de distributie (retail, apotheken) en in de ziekenhuizen, waar dezelfde gestandaardiseerde code gelezen en verwerkt wordt, wat de compliance verder verzekert. Bovendien laat een uniforme code toe om verdere kostenbesparingen door te voeren door onder meer hercodering te vermijden. Zo kunnen wij als partner voor de ziekenhuizen een toegevoegde waarde bieden bij het optimaliseren van hun processen.
GS1 ondersteunt zo'n wereldwijde codering.
Vermeiren: Inderdaad, en om die reden is GS1 dan ook de ideale partner in dit verhaal. De gezondheidssector heeft nood aan een uniforme codering die de wereldwijde beveiliging van haar producten mee kan ondersteunen, wat ook de patiënten ten goede komt.
Een eerste stap is het vervangen van de landeigen codes door een globale code.
Vermeiren: Door op wereldvlak te lobbyen, ijvert GS1 er inderdaad voor dat de GS1 standaarden op wereldniveau gevolgd zouden worden. Zelfs Europa is op dat punt nog lang niet eengemaakt. GS1 is dus met een soort missioneringswerk bezig. In retail staat men daarmee verder, omdat de overheid er minder regulerend optreedt, maar inzake farma en volksgezondheid zijn de regels bijzonder zwaar, en dan nog eens per land verschillend. Toch willen wij als supplier graag een globale oplossing. Een standaard voor de lidstaten van de Europese Unie zou al een hele stap zijn, die ons zou toelaten onze interne supply chain processen te harmoniseren.
Welke implicaties heeft zo'n gestandaardiseerde code?
Vermeiren: De nieuwe GS1 DataMatrix-code die de klassieke lineaire barcode vervangt, heeft als grote voordeel dat hij veel meer informatie kan bevatten op een veel beperktere ruimte (zie kadertekst). Daardoor wordt het mogelijk om de code op kleinere eenheidverpakkingen (bijvoorbeeld ampullen, kleine flesjes, ... ) aan te brengen en ze daardoor uniek te coderen. Dat vereist uiteraard aangepaste drukprocédés in het productieproces. Er moet ook een andere leestechniek gebruikt worden dan bij de klassieke barcodes, maar daar staat tegenover dat de code aanzienlijk meer informatie bevat: niet alleen een productidentificatie, maar ook variabele gegevens zoals een lotnummer, een vervaldatum enzovoort. De informatie kan voor allerlei toepassingen zijn nut bewijzen, bijvoorbeeld registratie bij ontvangst van de geneesmiddelen, kostenopvolgings- en terugbetalingssystemen, controle voor juist gebruik,...
Bij de implementatie komen wel investeringen kijken.
Vermeiren: Alleszins. De klassieke barcode is behoorlijk goed doorgedrongen in de supply chain. Voor de tweedimensionale GS1 DataMatrix is aangepaste apparatuur nodig. In het geval van een producent als Johnson & Johnson betekent zulks dat alle productielijnen ermee uitgerust moeten worden! Dat vergt tijd en investeringen, in lijn met de strategische objectieven. Voor de GS1 DataMatrix dan ook nog eens doorgedrongen zal zijn tot in de individuele apotheken en ziekenhuizen, zal er opnieuw een hele tijd overheen gegaan zijn.
Wat is de bedoeling van de onlangs opgerichte werkgroep?
Vermeiren: De werkgroep wil het kader bieden waarin een proefproject tot stand kan komen. GS1 Belgium & Luxembourg dringt erop aan dat er iets concreet zou gebeuren met de GS1 DataMatrix, om aan te tonen dat het systeem werkt. Door de nieuwe codering echt te gebruiken, lok je doelgericht reacties uit en kun je evalueren en bijsturen. We hebben dus alle betrokken partijen bijeengebracht, om samen modellen op te stellen van wat kan gebeuren, en te bepalen hoe je daarop inspeelt en wat nodig is voor een operationele implementatie, zij het voorlopig op beperkte schaal.
Wat is de rol en de inbreng van Johnson & Johnson daarin?
Vermeiren: Ons bedrijf en andere bedrijven hebben zich geëngageerd om de standaard op wereldwijd niveau actief te ondersteunen. Als internationaal bedrijf hebben wij heel wat supply chain-ervaring in huis, die wij in het kader van dit project aanbieden. Het proefproject laat ons toe actief ervaring op te doen met het gebruik van de nieuwe codering in de stappen van de supply chain, van productie tot patiënt. We bereiden ons als het ware voor op de roll-out die er later op grote schaal komt, door nu een testproject op te zetten met een beperkte investering. Tevens willen we de kennis verder uitdragen in onze internationale structuur. Voor ons is het ook een forum om beter de vereisten te begrijpen van onze klanten en om samen met hen naar de meest optimale oplossing te zoeken.
Als automatiseringsverantwoordelijke voor de apotheek van het Brugse AZ Sint-Jan gaat Frankie Meuleman dagelijks in de praktijk om met de vraagstellingen die in dit artikel aan bod komen. "Jaren geleden hebben wij er in het ziekenhuis voor gekozen om barcoderingen op alle goederen, niet alleen de geneesmiddelen, als uitgangspunt te nemen voor een doorgedreven automatisering," zo steekt hij van wal.
Dat is minder evident dan het lijkt. Snel even scannen en alles werkt? Zo simpel is het helaas niet... "Een barcode is een symbool. Als de inhoud niet gestandaardiseerd is, heb je nooit zekerheid dat je wel de juiste link legt tussen de code en het product. Standaardisatie is zonder meer onmisbaar voor het welslagen van een automatiseringssysteem. Vandaar dat universele standaardoplossingen zoals GS1 voorstelt, een zegen zijn."
Wat het voor een ziekenhuis bijzonder complex maakt, is dat de ziekenhuisapotheek werkt op het niveau van individuele capsules, tabletten en ampullen. "Identificatiesystemen zoals die door stadsapotheken gebruikt worden, zijn gebaseerd op verpakkingen. Voor onze toepassing is dat onvoldoende. Bovendien willen we in de toekomst verdergaan en de code inschakelen in een geïntegreerd automatiseringssysteem voor zorgkwaliteit."
Als een geneesmiddel tot op het niveau van de individuele pil of ampul een barcode heeft, dan kan het ziekenhuispersoneel de code scannen en zo registreren dat de patiënt de juiste dosis op het gepaste moment toegediend heeft gekregen: bedside-registratie is de volgende stap in het garanderen van zorgkwaliteit in ziekenhuizen. Het toegediende geneesmiddel wordt dan geverifieerd in relatie tot wat er voorgeschreven werd.
"Voor verschillende soorten producten - geneesmiddelen, parafarmacie, implantaten... - zijn nu verschillende soorten barcodes in omloop," legt Frankie Meuleman uit. "Uniformiteit en standaardisatie zou de dataverwerking aanzienlijk vereenvoudigen. Voor implantaten heeft de wetgever eisen gesteld inzake traceerbaarheid. Ze moeten dus verplicht met lotnummer en vervaldatum geregistreerd zijn, gekoppeld aan de betrokken patiënt. Daarvoor zijn barcodes met een meerwaarde ideaal, zoals de GS1 DataMatrix er een is."
Dat AZ Sint-Jan in de ziekenhuiswereld al jarenlang pioniert met de automatisering van de apotheekinformatie, heeft ertoe geleid dat het ziekenhuis deel uitmaakt van de werkgroep rond het GS1 DataMatrix-pilootproject. "Een universeel codesysteem dat veel informatie kan bevatten én op unitniveau toepasbaar is, is hét antwoord op onze noden, mét de mogelijkheid voor de toekomst op bedside-registratie erbij: wij verwachten hier veel van!"