Vooraleer barcodes te gebruiken, moet uw bedrijf bepalen welke nummers (of gegevens) in de barcode zullen vertaald worden. Deze nummers worden GS1 identificatiesleutels genoemd. Een eerste stap om deze identificatiesleutels te vormen, bestaat erin om een bedrijfsprefix aan te vragen bij een GS1 organisatie. Dankzij dit GS1 bedrijfsprefix wordt de wereldwijde uniciteit en eenduidigheid van elk nummer dat u zal toekennen, gegarandeerd.
Bedrijven met zetel in België of het Groothertogdom Luxemburg, kunnen on line op deze website bij onze organisatie aansluiten. Eenmaal uw bedrijf aangesloten is, en pas na ontvangst van de betaling van uw bijdrage, zal u een GS1 bedrijfsprefix ontvangen. Bij de aansluiting zal u de keuze moeten maken tussen een GS1 bedrijfsprefix van 7, 8 of 9 cijfers, afhankelijk van de benodigde nummeringscapaciteit van uw bedrijf.
Eenmaal uw bedrijf een GS1 bedrijfsprefix bezit, kan u starten met het toekennen van identificatienummers aan handelseenheden, logistieke eenheden, plaatsen, diensten, enz. De GS1 nummeringsregels vindt u beschreven in het 'Handboek GS1 Barcodes' van GS1 Belgium & Luxembourg. Alle nieuwe leden ontvangen bovendien een exemplaar per post, samen met een cd-rom van de GS1 General Specifications.
De technische eigenschappen van de barcode (afmetingen, plaats en kwaliteit) hangen af van de omgeving waarin de barcode zal gescand worden.
Voor handelseenheden zijn er vier basis scanningomgevingen:
1. De productverpakking wordt gescand in de winkel
2. De productverpakking wordt gescand in de algemene distributie (vb. aan de goederenreceptie)
3. De productverpakking wordt zowel in de winkel als in de distributie gescand
4. Specifieke omgevingen zoals voor producten uit de gezondheidssector
Indien u weet waar uw barcode gescand wordt, kan u de juiste productiespecificaties vastleggen. Voorbeeld: indien een productverpakking moet gescand worden aan de kassa van de winkel maar ook in de algemene distributie, zal u een EAN/UPC barcode nodig hebben voor de kassa, maar gedrukt op voldoende grote afmeting om tegemoet te komen aan scanning in een distributieomgeving. Bovendien moet de plaatsing van de barcode voldoen aan de vereisten van een geautomatiseerde scanningomgeving in de distributie.
Meer informatie vindt u in het Handboek GS1 Barcodes (hoofdstuk 7) of in de GS1 General Specifications.
Het juiste type barcode kiezen is bepalend voor een goed barcode implementatieplan. Belangrijke tips zijn:
Meer informatie vindt u in het Handboek GS1 Barcodes (hoofdstuk 7) of in de GS1 General Specifications.
Vooreerst moet u beslissen of de barcode rechtstreeks op de verpakking zal gedrukt worden of op een te kleven etiket.
Indien uw barcode enkel statische informatie (=onveranderlijke informatie, zoals een productidentificatienummer ) bevat en u heeft een grote hoeveelheid etiketten/verpakkingen nodig, opteert u best voor rechtstreekse bedrukking van de barcode op de verpakking. Contacteer hiervoor uw verpakkingsdrukker.
Als u echter kleine reeksen etiketten nodig hebt, of u moet dynamische gegevens (= veranderlijke gegevens zoals serienummers of houdbaarheidsdatums) verwerken, kan u hetzij beroep doen op een gespecialiseerde drukker of dienstverlener, hetzij zelf programmeerbare printapparatuur in de onderneming plaatsen zoals een laserprinter in uw kantoor of een thermische printer in uw opslagplaats. Indien uw bedrijf de aankoop van een barcodeprinter overweegt, vindt u onze Solution Provider Finder op deze website, om u hierbij te assisteren.
Indien u beroep doet op een drukker, moet u weten dat de afmetingen van een barcode variëren binnen bepaalde limieten in functie van de drukvoorwaarden: toegepaste druktechniek, kwaliteit van de drager, eigenschappen van de drukapparatuur, ... Het is dus de drukker die de minimumgrootte van de barcode aangeeft die de graficus moet respecteren bij het creëren van de verpakking. De marges links en rechts moeten gerespecteerd worden en zijn absoluut noodzakelijk voor het herkennen van de code door de scanner.
De EAN/UPC barcodes onderscheiden zich van de ITF-14 en GS1-128 barcodes in die zin dat ze gelezen worden door omnidirectionele scanners. Dit houdt in dat de EAN/UPC barcodes een vaste verhouding tussen hoogte en breedte moeten respecteren. Bij wijziging van een afmeting moet ook de andere proportioneel aangepast worden.
Daardoor kennen de EAN/UPC barcodes een nominale waarde voor de breedte en de hoogte. De mogelijke afmetingen variëren van 80% tot 200% van deze nominale afmetingen. Men spreekt ook van vergrotingsfactoren. Meer informatie vindt u in het Handboek GS1 Barcodes (bijlage 2).
Het inkorten van de hoogte van een EAN/UPC barcode wordt niet toegelaten door de GS1 General Specifications en moet worden vermeden wegens de negatieve impact ervan op de scanning door omnidirectionele scanners in de winkelpunten.
ITF-14 en GS1-128 barcodes hebben hun reeks toegelaten afmetingen. De afmetingen van ITF-14 en GS1-128 barcodes wordt vaak uitgedrukt aan de hand van de X-dimensie (= de breedte van de smalste streep in de barcode).
Meer informatie vindt u in het Handboek GS1 Barcodes (hoofdstuk 7) of in de GS1 General Specifications.
De mensleesbare vertaling van de gegevens onder de barcode is absoluut noodzakelijk om manuele invoering van het nummer mogelijk te maken in geval van scanningproblemen. Vandaag laten de GS1 General Specifications alle lettertypes toe zolang de tekst maar vlot leesbaar is.
Er moet gewaakt worden over voldoende kleurcontrast tussen de donkere strepen en de lichte achtergrond (spaties en marges). Noteer hierbij dat de scanner contrasten op een andere manier waarneemt dan het menselijk oog. Algemeen genomen:
Met zwarte strepen op een witte achtergrond, kiest men voor de veiligste oplossing. Andere combinaties zijn echter ook bruikbaar. GS1 Belgium & Luxembourg kan u hierin bijstaan, met o.a. de kleurcontrasttabel - Contacteer ons.
Men kiest de meest aangewezen plaats van de barcode best al van bij het ontwerp van de verpakking.
Na het bepalen van een geschikte plaats, is het aangeraden om de drukker te raadplegen over de mogelijke oriëntatie van de barcode op het product. Deze hangt immers dikwijls af van de gebruikte druktechniek.
Meer informatie vindt u in het Handboek GS1 Barcodes (hoofdstuk 7) of in de GS1 General Specifications.
De ISO/IEC 15416 norm voor « Bar Code Print Quality Test Specifications for Linear Symbols » omschrijft de analyse- en controlemethode voor de kwaliteit van gedrukte barcodes. Een verifier die de ISO norm volgt, decodeert de barcodes zoals een scanner dat zou doen, maar stelt ook een diagnosefiche op en kent een quotatie (graden) toe aan de barcode.
GS1 hanteert de ISO/IEC methode, maar legt ook de minimumgraad vast die nodig is voor elke barcode in functie van het type barcode en de scanningomgeving. Naast de overeenstemming tussen streepjes en cijfers, wordt de conformiteit van een barcode geëvalueerd op basis van lijnbreedte, waarden van de marges, contrast en hoogte van de strepen.
Leden van GS1 Belgium & Luxembourg kunnen beslissen om hun eigen kwaliteitscontrole voor barcodes op te zetten of kunnen gebruik maken van de controledienst van GS1 Belgium & Luxembourg.
print print deze pagina