GS1 Belgilux

GS1 barcodes in 10 stappen

  1. Vraag een GS1 bedrijfsprefix aan
  2. Nummer uw producten
  3. In welke omgeving zal uw barcode gebruikt worden?
  4. Kies het type barcode
  5. Beslis hoe u tewerk gaat voor het drukken
  6. Bepaal de afmetingen van de barcode
  7. Bepaal het tekstformaat van de barcode
  8. Kies de kleur van de barcode
  9. Kies de plaats van de barcode
  10. Controleer de kwaliteit van uw barcode

Stap 1: Vraag een GS1 bedrijfsprefix aan

Vooraleer barcodes te gebruiken, moet uw bedrijf bepalen welke nummers (of gegevens) in de barcode zullen vertaald worden. Deze nummers worden GS1 identificatiesleutels genoemd. Een eerste stap om deze identificatiesleutels te vormen, bestaat erin om een bedrijfsprefix aan te vragen bij een GS1 organisatie. Dankzij dit GS1 bedrijfsprefix wordt de wereldwijde uniciteit en eenduidigheid van elk nummer dat u zal toekennen, gegarandeerd.

Bedrijven met zetel in België of het Groothertogdom Luxemburg, kunnen on line op deze website bij onze organisatie aansluiten. Eenmaal uw bedrijf aangesloten is, en pas na ontvangst van de betaling van uw bijdrage, zal u een GS1 bedrijfsprefix ontvangen. Bij de aansluiting zal u de keuze moeten maken tussen een GS1 bedrijfsprefix van 7, 8 of 9 cijfers, afhankelijk van de benodigde nummeringscapaciteit van uw bedrijf.

Stap 2: Nummer uw producten

Eenmaal uw bedrijf een GS1 bedrijfsprefix bezit, kan u starten met het toekennen van identificatienummers aan handelseenheden, logistieke eenheden, plaatsen, diensten, enz. De GS1 nummeringsregels vindt u beschreven in het 'Handboek GS1 Barcodes' van GS1 Belgium & Luxembourg. Alle nieuwe leden ontvangen bovendien een exemplaar per post, samen met een cd-rom van de GS1 General Specifications.

Stap 3: In welke omgeving zal uw barcode gebruikt worden?

De technische eigenschappen van de barcode (afmetingen, plaats en kwaliteit) hangen af van de omgeving waarin de barcode zal gescand worden.

Voor handelseenheden zijn er vier basis scanningomgevingen:

1. De productverpakking wordt gescand in de winkel

2. De productverpakking wordt gescand in de algemene distributie (vb. aan de goederenreceptie)

3. De productverpakking wordt zowel in de winkel als in de distributie gescand

4. Specifieke omgevingen zoals voor producten uit de gezondheidssector

Indien u weet waar uw barcode gescand wordt, kan u de juiste productiespecificaties vastleggen. Voorbeeld: indien een productverpakking moet gescand worden aan de kassa van de winkel maar ook in de algemene distributie, zal u een EAN/UPC barcode nodig hebben voor de kassa, maar gedrukt op voldoende grote afmeting om tegemoet te komen aan scanning in een distributieomgeving. Bovendien moet de plaatsing van de barcode voldoen aan de vereisten van een geautomatiseerde scanningomgeving in de distributie.

Meer informatie vindt u in het Handboek GS1 Barcodes (hoofdstuk 7) of in de GS1 General Specifications.

Stap 4: Kies het type barcode

Het juiste type barcode kiezen is bepalend voor een goed barcode implementatieplan. Belangrijke tips zijn:

  • Indien de handelseenheid in het winkelpunt wordt gescand, kan u (tot op heden) enkel een EAN/UPC barcode gebruiken.
  • Indien u variabele gegevens verwerkt in de barcode (serienummer, lotnummer, houdbaarheidsdata, prijs, gewicht, enz) moet u kiezen voor een barcode met variabele lengte: GS1-128, GS1 DataBar, of in uitzonderlijke gevallen composite symbology of 2D zoals GS1 DataMatrix.
  • En tot slot, indien u een GTIN als barcode rechtstreeks op golfkarton wilt drukken, is ITF-14 de beste keuze.

Meer informatie vindt u in het Handboek GS1 Barcodes (hoofdstuk 7) of in de GS1 General Specifications.

Stap 5: Beslis hoe u tewerk gaat voor het drukken

Vooreerst moet u beslissen of de barcode rechtstreeks op de verpakking zal gedrukt worden of op een te kleven etiket.

Indien uw barcode enkel statische informatie (=onveranderlijke informatie, zoals een productidentificatienummer ) bevat en u heeft een grote hoeveelheid etiketten/verpakkingen nodig, opteert u best voor rechtstreekse bedrukking van de barcode op de verpakking. Contacteer hiervoor uw verpakkingsdrukker.

Als u echter kleine reeksen etiketten nodig hebt, of u moet dynamische gegevens (= veranderlijke gegevens zoals serienummers of houdbaarheidsdatums) verwerken, kan u hetzij beroep doen op een gespecialiseerde drukker of dienstverlener, hetzij zelf programmeerbare printapparatuur in de onderneming plaatsen zoals een laserprinter in uw kantoor of een thermische printer in uw opslagplaats. Indien uw bedrijf de aankoop van een barcodeprinter overweegt, vindt u onze Solution Provider Finder op deze website, om u hierbij te assisteren.

Stap 6: Bepaal de afmetingen van de barcode

Indien u beroep doet op een drukker, moet u weten dat de afmetingen van een barcode variëren binnen bepaalde limieten in functie van de drukvoorwaarden: toegepaste druktechniek, kwaliteit van de drager, eigenschappen van de drukapparatuur, ... Het is dus de drukker die de minimumgrootte van de barcode aangeeft die de graficus moet respecteren bij het creëren van de verpakking. De marges links en rechts moeten gerespecteerd worden en zijn absoluut noodzakelijk voor het herkennen van de code door de scanner.

EAN/UPC barcodes

De EAN/UPC barcodes onderscheiden zich van de ITF-14 en GS1-128 barcodes in die zin dat ze gelezen worden door omnidirectionele scanners. Dit houdt in dat de EAN/UPC barcodes een vaste verhouding tussen hoogte en breedte moeten respecteren. Bij wijziging van een afmeting moet ook de andere proportioneel aangepast worden.

Daardoor kennen de EAN/UPC barcodes een nominale waarde voor de breedte en de hoogte. De mogelijke afmetingen variëren van 80% tot 200% van deze nominale afmetingen. Men spreekt ook van vergrotingsfactoren. Meer informatie vindt u in het Handboek GS1 Barcodes (bijlage 2).

Het inkorten van de hoogte van een EAN/UPC barcode wordt niet toegelaten door de GS1 General Specifications en moet worden vermeden wegens de negatieve impact ervan op de scanning door omnidirectionele scanners in de winkelpunten.

ITF-14 en GS1-128 barcodes

ITF-14 en GS1-128 barcodes hebben hun reeks toegelaten afmetingen. De afmetingen van ITF-14 en GS1-128 barcodes wordt vaak uitgedrukt aan de hand van de X-dimensie (= de breedte van de smalste streep in de barcode).

Meer informatie vindt u in het Handboek GS1 Barcodes (hoofdstuk 7) of in de GS1 General Specifications.

Stap 7: Bepaal het tekstformaat van de barcode

De mensleesbare vertaling van de gegevens onder de barcode is absoluut noodzakelijk om manuele invoering van het nummer mogelijk te maken in geval van scanningproblemen. Vandaag laten de GS1 General Specifications alle lettertypes toe zolang de tekst maar vlot leesbaar is.

Stap 8: Kies de kleur van de barcode

Er moet gewaakt worden over voldoende kleurcontrast tussen de donkere strepen en de lichte achtergrond (spaties en marges). Noteer hierbij dat de scanner contrasten op een andere manier waarneemt dan het menselijk oog. Algemeen genomen:

  • GS1 barcodes zijn samengesteld uit enerzijds donkere strepen (bijvoorbeeld zwart, blauw, donkerbruin, of donkergroen) en anderzijds lichte spaties (bijvoorbeeld wit, geel). Strepen en spaties moeten uit één enkele kleur opgebouwd worden.
  • Rood en afgeleide kleuren (roze, oranje, geel) zijn bruikbare kleuren voor de achtergrond, niet voor de strepen.
  • Glanzende metaalhoudende materialen en reflecterende inkten (goud-, zilverkleurig) worden doorgaans waargenomen als donkere tinten.

Met zwarte strepen op een witte achtergrond, kiest men voor de veiligste oplossing. Andere combinaties zijn echter ook bruikbaar. GS1 Belgium & Luxembourg kan u hierin bijstaan, met o.a. de kleurcontrasttabel - Contacteer ons.

Stap 9: Kies de plaats van de barcode

Men kiest de meest aangewezen plaats van de barcode best al van bij het ontwerp van de verpakking.

  • Algemeen genomen is het aanbevolen om de barcode onderaan op de achterkant van het product te plaatsen. Zorg er hoe dan ook voor dat de taak van de kassabediende wordt vergemakkelijkt bij het presenteren van de barcode voor het leesvenster aan de kassa.
  • Bij cilindervormige producten, moet men rekening houden met krommingsgraad om de richting van de barcode te bepalen.
  • Men moet vermijden dat de barcode terecht komt op naden, plooien in soepele verpakkingsfolie of maar gedeeltelijk zichtbaar is onder blisterverpakking.
  • Wanneer een product te klein is voor een GTIN-13, kan u een GTIN-8 aanvragen bij GS1 Belgium & Luxembourg.

Na het bepalen van een geschikte plaats, is het aangeraden om de drukker te raadplegen over de mogelijke oriëntatie van de barcode op het product. Deze hangt immers dikwijls af van de gebruikte druktechniek.

Meer informatie vindt u in het Handboek GS1 Barcodes (hoofdstuk 7) of in de GS1 General Specifications.

Stap 10: Controleer de kwaliteit van uw barcode

De ISO/IEC 15416 norm voor « Bar Code Print Quality Test Specifications for Linear Symbols » omschrijft de analyse- en controlemethode voor de kwaliteit van gedrukte barcodes. Een verifier die de ISO norm volgt, decodeert de barcodes zoals een scanner dat zou doen, maar stelt ook een diagnosefiche op en kent een quotatie (graden) toe aan de barcode.

GS1 hanteert de ISO/IEC methode, maar legt ook de minimumgraad vast die nodig is voor elke barcode in functie van het type barcode en de scanningomgeving. Naast de overeenstemming tussen streepjes en cijfers, wordt de conformiteit van een barcode geëvalueerd op basis van lijnbreedte, waarden van de marges, contrast en hoogte van de strepen.

Leden van GS1 Belgium & Luxembourg kunnen beslissen om hun eigen kwaliteitscontrole voor barcodes op te zetten of kunnen gebruik maken van de controledienst van GS1 Belgium & Luxembourg.

 

print print deze pagina