Een GS1 composite symbool bestaat uit een lineair gedeelte (dat de identificatiesleutel van de eenheid weergeeft) en een aangrenzend 2D Composite Component (voor het coderen van bijkomende gegevens zoals lotnummer of vervaldatum). Een composite symbool bevat altijd een lineaire component zodat de identificatiesleutel steeds door alle scanningtechnologieën kan gelezen worden en zodat een 2D scanner de lineaire component als zoekpatroon kan gebruiken voor de aangrenzende 2D Composite Component.