auteur: Leo Dekleermaeker
nr:
2007 - 3
Onder druk van een steeds toenemende globalisering en diversificatie breiden veel bedrijven hun distributiekanalen uit naar nieuwe markten en klanten uit andere -- voor hen dikwijls minder vertrouwde -- industriesectoren zoals de gezondheidszorg en de afvalverwerking. Zij kunnen daarbij dankbaar beroep doen op de GS1 standaarden zowel voor de globale identificatie als voor tracering.
Het ‘GS1 in Europe Waste Management project' werd gelanceerd begin 2006 met deelname van 19 Europese ledenorganisaties. De projectgroep analyseerde het gebruik van de GS1 standaarden in het kader van identificatie en traceerbaarheid van afvalbeheer.
Afval is pertinent aanwezig in elke schakel van de levensduur van een product: in de productie, het transport, bij de verkoop en in de (selectieve) ophaling/terugname na consumptie of afdanking van het apparaat. Er is nu wereldwijd meer en meer noodzaak aan het beheersen van de afvalberg. In sommige landen, zoals in de Verenigde Staten, gebeurt dit nog altijd op vrijwillige basis via afspraken met de industrie. In andere geïndustrialiseerde landen zoals Canada, Japan en de Europese Unie gebeurt dit op basis van een ad hoc wetgeving.
De richtlijnen die in eerste instantie de bescherming van de volksgezondheid en van het milieu op het oog hebben, zijn het gevolg van het door de EU gehanteerde principe van ‘de vervuiler betaalt'. Dit betekent concreet productverantwoordelijkheid en aanvaardingsplicht voor producten die men op de Europese markt brengt. Fabrikanten en invoerders zijn aldus verantwoordelijk voor de terugname van verpakkingen en afgedankte apparaten en hulpmiddelen aan het eind van hun gebruikscyclus en moeten toezien op de recyclage ervan.
De volgende EU richtlijnen zijn o.m. van toepassing:
Hoewel de doelstellingen van de richtlijnen voor alle EU lidstaten dezelfde zijn, wordt aan iedere lidstaat de vrijheid gelaten om de uitwerking ervan op eigen initiatief te organiseren volgens het principe van de subsidiariteit.
In België zijn er een aantal organisaties opgericht die de industrie in staat moeten stellen om aan de objectieven van de EU richtlijnen tegemoet te komen.
Fost Plus en Val-I-Pac doen dit voor de terugname en recyclage van huishoudelijk, respectievelijk industrieel verpakkingsafval. Recupel doet dit voor de inzameling en recyclage van allerhande afgedankte elektrische en elektronische apparaten (wit- en bruingoed). Bebat doet dit voor de ophaling en recyclage van lege batterijen. Valorfrit is een typisch Belgisch initiatief dat instaat voor terugname en recyclage van gebruikte frituurvetten en -oliën terwijl Valorlub instaat voor de inzameling en recyclage van gebruikte smeerolie.
De attributen i.v.m. het vastleggen van de tarificatie van de ecotaxen rond het afvalbeheer werden op uitdrukkelijk verzoek van de Belgische retailers opgenomen in de procedures voor gegevenssynchronisatie. De Belgische detailhandelaars zijn geïnteresseerd in het ontvangen van deze gegevens want zij moeten instaan voor de declaratie en de betaling van de FOST Plus en Val-I-Pack taksen voor hun eigen merkproducten en voor de ingevoerde producten die zij op de Belgische markt brengen. De betrokken attributen zijn nu al opgenomen in de CDB. Maar de opname binnen GDSN (GS1 Global Data Synchronisation Network) ligt moeilijker omdat het hier, niettegenstaande de EU richtlijnen, om landspecifieke attributen gaat.
Om aan de wettelijke verplichtingen en handelsvereisten te voldoen, hebben handelspartners en andere actoren in afvalbeheer (vb. de openbare instanties) nood aan globale standaarden. Zowel voor de communicatie als voor het beheer van goederen- en informatiestromen (traceerbaarheid !) is er nood aan:
a. Globale en eenduidige productidentificatie
Dit betekent eenduidige identificatie van producten die zowel in de traditionele toeleveringsketen als in de afvalverwerkingsketen moeten getraceerd worden. Het GS1 systeem waarbij gewerkt wordt met standaard identificatiesleutels (GTIN, GLN, SSCC, SGLN, ...) werd ontworpen om de beperkingen van bedrijfseigen of sectorgebonden coderingssystemen te overstijgen, waardoor traceerbaarheid veel efficiënter wordt en beantwoordt aan de vereisten van de gebruikers.
b. Datacommunicatie en transmissie
Traceerbaarheid vereist het capteren, stockeren en doorsturen van gegevens waarover voorafgaandelijk een akkoord is bereikt. Traceerbaarheidsinformatie moet gedeeld worden met de partners en/of gestockeerd worden bij de handelspartner wanneer dit relevant en toepasbaar is. Om aan deze vereiste te voldoen, kan gebruik gemaakt worden van ADC (Automatic Data Capture) met de GS1 streepcodes en RFID/EPC tags. Radiofrequentie identificatie is een snel groeiende technologie die elektronische tags gebruikt om objecten (zoals containers, pallets, enz) en/of hergebruikbare goederen te identificeren doorheen de afvalbeheerketen.
c. Het beheren en opsporen van traceerbaarheidslinks
Een essentiële factor in elk tracerings-systeem is de uitwisseling van informatie. Tracering vereist het associëren van de fysieke goederenstroom met de betrokken informatiestroom. Zo bijvoorbeeld kan streepcodescanning samengaan met de uitwisseling van EDI en GS1 XML berichten. Maar vandaag hebben de RFID en EPC technologieën zich danig ontwikkeld dat deze methode van automatische identificatie en communicatie een nog meer efficiënte oplossing voor real-time traceerbaarheid zal bieden.
Voor meer informatie zie: http://www.gs1.eu/