GS1 Belgilux

The global language of business

EPC standaarden

Om de verschillende software- en hardware componenten en EPCglobal basisdiensten met elkaar te laten opereren in het EPCTM netwerk, werden ‘interface' standaarden uitgewerkt. Deze standaarden, ook EPC standaarden genoemd, maken de wereldwijde implementatie van EPC mogelijk.

De EPC standaarden kunnen in 3 groepen opgesplitst worden: op niveau van het fysieke object, op niveau van de infrastructuur, en verder op niveau van de gegevensuitwisseling.

 De volgende EPC standaarden werden geratificeerd door GS1 EPCglobal :

Niveau fysiek object :

  • EPC Data Tag Standards : Deze standaard definieert de gestandaardiseerde EPC nummeringstructuren, gebaseerd op de bestaande GS1 nummeringstructuren. Momenteel zijn er structuren voorzien voor het SGTIN, de SSCC, het SGLN, de GRAI, de GIAI, het GSRN en de GDTI. Verder beschrijft deze standaard ook hoe deze structuren op de tag gecodeerd worden en hoe ze gecodeerd worden voor gebruik in de informatiesystemen van het EPC netwerk. Download de technische specificatie ‘Data tag standards' version 1.4.
  • Class 1 Generation 2 UHF Air Interface Protocol Standard : de ‘GEN 2 AIP' werd in 2004 door EPCglobal als officiële standaard gepubliceerd. Voor EPCglobal betekent dit een belangrijke stap vooruit in de verdere commercialisering en adoptie van de EPC technologie. De standaard beantwoordt namelijk volledig aan de vereisten van de eindgebruikers en heeft als belangrijkste kenmerk dat interoperabiliteit tussen tags en readers van verschillende materiaalfabrikanten wereldwijd mogelijk wordt. De Class 0 tag en de Class 1 Generation 1 tag, die voorheen ontwikkeld werden, hebben deze eigenschap niet. Bovendien laat de Gen 2 standaard toe gegevens sneller te lezen en te schrijven. Voor UHF Gen 2 toepassingen in Europa, is de te gebruiken frequentie range 865 MHz tot 868 MHz (ETSI norm EN 302 208).
  • EPC Tag Data Translation Standard : Deze standaard beschrijft op welke manier de informatie voorgesteld op de tag, geconverteerd moet worden om bruikbaar te zijn voor de informatiesystemen van het EPC netwerk. De EPC op de tag wordt in bits formaat voorgesteld. Om leesbaar te zijn voor de EPC middleware, zal de EPC in URI-formaat moeten voorgesteld worden.

Niveau infrastructuur :

  • Reader Management Standard : Voor het beheer van de reader is er tevens een standaard nodig. Met deze standaard kan men de EPC reader configureren (m.n. identiteit van de lezer, aantal antennes, ... ) en kan men de operationele status van een EPC reader nagaan (vb. hoeveel tags heeft de reader reeds gelezen, met welk zendvermogen, ...) . Verder biedt deze ‘interface' standaard toegang tot de EPC reader beheerfuncties, die bijvoorbeeld nodig zijn voor een eventuele upgrading van de EPC reader.
  • Reader protocol Standard : Deze interface standaard definieert de interacties tussen readers en middleware. De communicatie tussen reader en EPC middleware gebeurt via ‘reader protocollen'. Zo kan een reader de ‘gelezen' EPC gegevens doorsturen, maar kan ook de middleware een commando geven aan een EPC reader. Dit laatste is bijvoorbeeld het geval wanneer een RFID tag overschreven wordt. De middleware geeft dan het bevel aan de EPC reader om de EPC op de tag te wijzigen.
  • Low-Level Reader protocol standard: dit is een interface die zich bevindt tussen de reader en zijn klant (d.i. RFID infrastructuur, reader, middleware). Dit protocol wordt low-level genoemd omdat het de timing op RFID air protocol operaties en toegang tot air protocol commando parameters ter hoogte van de reader controleert. Deze interface is zo ontworpen dat het in sommige RFID systemen herkent dat er meer expliciete kennis vereist is over RFID air protocollen. Verder beschikt deze interface ook over de mogelijkheid om readers te controleren op hun RFID air protocol communicaties. Bovendien herkent het dat een gekoppelde controle met de fysieke lagen van de RFID infrastructuur nuttig kan zijn om RFID interferentie te kunnen verzachten.
  • Application Level Events (ALE) Standard : De ‘ALE Filtering & Collection' interface voorziet in een standaard interface die de ‘filtering & collection' rol van de EPC middelware mogelijk maakt.

Niveau gegevensuitwisseling :

  • EPC IS Standard : Deze standaard omvat een set van protocollen, enerzijds om EPC gegevens m.b.t een object in de EPC IS op te slaan, en anderzijds om deze EPC gegevens in real-time en op een beveiligde manier te kunnen uitwisselen met handelspartners. EPC IS biedt belangrijke nieuwe mogelijkheden om efficiëntie, beveiliging, en visibiliteit in de globale keten te verbeteren.
  • Object Naming Service (ONS) : deze standaard specificeert hoe de Domain Naming Service (DNS) gebruikt wordt om de plaats van EPC gegevens en EPC services aan te geven. Bovendien wordt ook de link gelegd naar de bedrijfseigenaars via het EPC Manager Number. ONS maakt gebruik van een ‘Application Program Interface (API)' om te weten bij welke server/ EPC IS informatie kan gevonden worden over een bepaalde EPC.

  • EPCglobal Certificate Profile Standard : Om een brede interoperabiliteit en een snelle maar beveiligde EPC implementatie te verzekeren, definieert deze standaard een X.509 certificaat profiel en het gebruik ervan door entiteiten van het EPCglobal netwerk. Deze gedefinieerde profielen zijn gebaseerd op internet standaarden, en zijn getest en geïmplementeerd in veel bestaande omgevingen.

Meer informatie en technische specificaties van deze standaarden.

 

print print deze pagina