GS1 Belgilux

Architecturaal kader EPC netwerk

 

Het architecturaal kader is een verzameling van hardware- en software componenten die elk een bepaalde rol vervullen in het EPCTM netwerk, EPCglobal basisdiensten die de werking van EPC doorheen de toeleveringsketen mogelijk maken, en ‘interface' standaarden (zie EPC standaarden) die nodig zijn om de verschillende componenten en basisdiensten met elkaar te laten opereren.

Hierna worden de verschillende (hardware- en software) componenten en basisdiensten van het EPCTM netwerk toegelicht :

  • EPC tag : De RFID tag wordt aangebracht op het fysieke object en codeert de EPC. Het concept is dat enkel de identificatiesleutel gecodeerd wordt en dat deze toegang geeft tot andere informatie mbt het object, elders in een database opgeslagen. Hiervoor volstaat een 96-bits tag. Wenst men op de tag meer informatie voor te stellen, zijn er extra bits vereist en wordt de tag duurder. Momenteel zijn de Klasse 0, Klasse 1 generatie 1 en UHF Klasse 1 Generatie 2 tag op de markt. Nieuwere versies van de UHF Klasse 1 Generation 2 tag, alsook de HF Generatie 2 tag zijn in ontwikkeling. Met de UHF Klasse 1 Generatie 2 tag is de interoperabiliteit tussen tags en readers een feit, wat de wereldwijde implementatie van EPC mogelijk maakt.
  • EPC reader: Door gebruik te maken van radiogolven, opgewekt door een elektromagnetisch veld, kan de reader de RFID tag activeren en de EPC lezen die gecodeerd is op deze tag. De reader stuurt deze informatie door naar de EPC middleware. Hierbij vertaalt de reader de gegevens voorgesteld in bits op de tag in een taal die door de middleware begrepen wordt.
  • EPC Middleware: De rol van de EPC middleware is ‘filtering & collection'. Deze software verwerkt de gegevensstroom van de tags, afkomstig van één of meerdere readers. Overbodige gegevens worden gefilterd, verder wordt aan de nuttige gegevens een ‘bedrijfscontext' gekoppeld (vb. goederenreceptie, het op stock zetten van pallets, ... ). Hiervoor is tevens een link met het interne ERP systeem, WMS, ... vereist.
  • EPC Information Services (EPC IS): De gegevens waaraan een bedrijfscontext toegevoegd werd, worden doorgestuurd naar de EPC IS. De EPC IS ligt aan de basis van de gegevensuitwisseling. Dit is een soort conceptuele ‘look-up table' die door de externe handelspartners via Internet zal ingekeken worden om meer over een bepaalde EPC (van een fysiek object) te weten te komen.
  • Discovery Services: Deze diensten worden gebruikt om uit te zoeken welke EPC IS van alle EPCglobal leden informatie hebben over het EPC van een bepaald object. Dit luik is momenteel in ontwikkeling. Wel werd de functie ervan reeds gedefinieerd. Van deze diensten moet gebruik gemaakt worden wanneer meerdere handelspartners in de toeleveringsketen een bepaald fysiek object dat van een EPC voorzien is, getransformeerd hebben en elk van deze partijen informatie m.b.t. deze objecten in hun EPC IS bijhouden. De ‘Discovery Services' kunnen worden beschouwd als een soort van ‘google': voor elke individuele toeleveringsketen kunnen de betrokken EPC IS opgevraagd worden waarin de EPC's van bepaalde objecten voorkomen die bij elk van die partners een transformatiefase ondergaan hebben.
  • Object Name Service (ONS): ONS is een onderdeel van de ‘Discovery Services' en vormt de link tussen de EPC en de EPC IS. ONS vertaalt de EPC nummers in Internetadressen (URL's) waar meer logistieke informatie m.b.t. de objecten, voorzien van deze EPC's, kan teruggevonden worden. ONS vervult dus de rol van een adressenboek, het leidt ons naar de plaats waar die EPC gegevens opgeslagen zijn. Om ONS praktisch mogelijk te maken wordt een netwerk van lokale ONS opgezet die in verbinding staan met hun ‘root ONS'. De ‘root ONS' bevat het adres van de lokale ONS, de lokale ONS bevat het EPC IS adres.  Momenteel bestaan er één ‘root ONS' in de US, beheerd door Verisign, en één in Europa (Frankrijk), beheerd door Orange.
  • Security Services: Het beveiligen van de informatie is niet zozeer gekoppeld aan één enkel onderdeel van het EPCTM netwerk, maar komt veeleer op verschillende niveaus in dit kader voor. Zo bijvoorbeeld is er op niveau van de EPC IS een proces van echtverklaring en autorisatie dat optreedt van zodra het geconsulteerd wordt door een EPC gebruiker. Elke EPC gebruiker moet zich dus in eerste instantie kenbaar maken en verder zal worden nagegaan of de EPC gebruiker toegang krijgt tot de EPC IS van zijn handelspartner. Een ander voorbeeld van gegevensbeveiliging is op niveau van de EPC tag, waarbij elke tag over ‘access control', ‘kill' en ‘lock' codes beschikt.

Bekijk ook de introductiepresentatie over het EPC netwerk (Engels)

Meer informatie en technische specificaties over het architecturaal kader.

 

print print deze pagina