auteur: Leen Danhieux - Jan Somers
nr:
2007 - 2
Op initiatief van FEDIS, de Belgische federatie voor de distributie, werd in april 2006 een werkgroep ‘Antidiefstal bronbeveiliging' opgericht in het kader van ECR Belgium. Doel van deze werkgroep is een 'aanbeveling uit te werken inzake bronbeveiliging voor fabrikanten en distributeurs op de Belgische markt . Verder maakt deze groep ook werk van procedures en richtlijnen om bronbeveiliging bij beide partijen gemakkelijker te implementeren. GS1 Belgium & Luxembourg neemt deel aan de werkgroep en beoogt hierbij om de technologiekeuze te toetsen aan de EPCglobal standaarden, een onderwerp dat voortaan ook op niveau van GS1 in Europe opvolging krijgt.
De distributeurs vertegenwoordigen de grootste groep in de werkgroep. FEDIS wordt er bijgestaan door Carrefour Belgium, Colruyt, Cora, Delhaize Group en Makro. Aan fabrikantenzijde nemen Henkel, L'Oreal en Procter & Gamble deel. Verder is ook logistieke provider DHL actief betrokken alsook solution providers Checkpoint Benelux, Tyco ADT Sensormatic en Bearingpoint. De deelname van GS1 Belgium & Luxembourg is belangrijk voor de technologiekeuze hoewel moet toegegeven worden dat de integratie van EAS in EPCglobal vandaag nog in de kinderschoenen staat.
Derving of inventarisverschil kost distributeurs handenvol geld. Volgens schattingen van ECR Europe zou dat verlies voor de Europese consumentengoederen maar liefst zo'n 2,8 M euro per uur bedragen. Externe diefstal zou verantwoordelijk zijn voor 30 à 50% van dat bedrag. Met de huidige druk op de marges is het duidelijk dat distributeurs zich niet langer kunnen permitteren om het probleem te negeren. Mits een efficiënte aanpak van het diefstalprobleem, zou hun gemiddelde marge met 3 tot 4,8% kunnen stijgen.
Er zijn heel wat beveiligingstechnieken op de markt, zoals producten achter een glazen wand stallen of in een plastic safer verpakken, het uitstallen van diefstalgevoelige producten in de omgeving van de kassa, camerabewaking, enz. Het nadeel van al deze beveiligingstechnieken is dat ze de bereidheid tot kopen kunnen afremmen, want het product wordt minder toegankelijk, of de beveiliging maakt dat het product beschadigd kan worden, of nog, het product gaat er met de beveiliging minder fraai uitzien. Een meer doeltreffende techniek is ‘bronbeveiliging': het product wordt aan de bron (door de fabrikant) voorzien van een beveiligingsetiket tijdens het productie- of verpakkingsproces. Idealiter wordt een dergelijk etiket onzichtbaar aangebracht zodat de consument (en vooral de dief) in se geen onderscheid meer kan maken tussen een beveiligd en een onbeveiligd product.
Hét grote probleem vandaag is dat elke distributeur zowat zijn eigen beveiligingstechnieken hanteert en er in vele gevallen zelfs nog geen sprake is van bronbeveiliging. Bovendien is nog een te beperkte groep van diefstalgevoelige producten beveiligd. Voor FEDIS was het dan ook een absolute noodzaak om hier werk van te maken. In 2004 deden zij reeds een eerste poging met de publicatie van hun ‘protocol voor bronbeveiliging'. Toch is dit volgens FEDIS een tijdelijk document want er is nood aan een protocol waar ook leveranciers bij betrokken worden.
Deze noodkreet van FEDIS was de aanleiding om in het voorjaar 2006 een werkgroep antidiefstal bronbeveiliging op te starten in het kader van ECR Belgium. Het project werd in verschillende fasen opgedeeld.
In een eerste fase verzamelde de werkgroep concrete gegevens over derving. De groep onderzocht over welke verliezen het precies gaat en bij welke producten de verliezen het grootst zijn. Positief was dat distributeurs ten volle bereid waren om op dit gevoelige terrein gedetailleerde cijfers met elkaar te delen. Diefstal, de gemeenschappelijke vijand, gebeurt namelijk steeds vaker georganiseerd. De werkgroep heeft intussen een vrij precies beeld verworven van de meest problematische productreferenties. Het gaat om een beperkte lijst die een systematische aanpak mogelijk maakt.
In een tweede fase werden de diverse EAS (Electronic Article Surveillance) technologieën onder de loep genomen. Qua bronbeveiliging zijn er tot op heden maar een 3-tal technologieën te onderscheiden, namelijk: EM (Electro- magnetisch), AM (Akoestisch Magnetisch) en RF (Radiofrequentie). Na een analyse van de sterke en zwakke punten van de 3 technologieën bleek dat EM iets lager scoort dan AM en RF. AM en RF zijn aan elkaar gewaagd en het gebruik van de ene versus de andere technologie verschilt sterk van sector tot sector. Uit een enquête die FEDIS in september 2006 gevoerd heeft, blijkt dat het overgrote deel van de voedingssector kiest voor RF, in andere sectoren zoals Do-It-Yourself, electro, ... gaat de voorkeur naar AM of EM.
De groep is van mening dat standaardisatie doorheen sectoren en toepassingen zowel lokaal als wereldwijd aan te bevelen is. Zij neemt echter geen standpunt hieromtrent in. Daarom wordt hoopvol uitgekeken in de richting van de standaard RFID technologie en het EPCglobal (Electronic Product Code) project van GS1. GS1 en EPCglobal zijn zich er terdege van bewust dat een standaard EAS technologie een noodzaak is om de antidiefstal problematiek op een optimale manier aan te pakken. Tot zover stond EAS jammer genoeg nog niet bovenaan de prioriteitenlijst, vooral omdat de heersende technologieën per land zo sterk uit elkaar lopen. Fabrikanten die over de grenzen heen leveren zijn daar de grootste dupe van. Fabrikanten zijn dus, meer nog dan distributeurs, voorstander van een standaard EAS technologie. GS1 Belgium & Luxembourg heeft het onderwerp aangekaart bij de GS1 in Europe werkgroep EEP (European EPC groep) - een werkgroep die zich toespitst op de huidige RFID/EPC projecten - en die ze terugkoppelt naar de EAP (European Adoption Program) groep.
In een derde fase wordt een concreet pilootproject opgezet. Een fabrikant en Delhaize, Carrefour, Colruyt en Makro aan distributeurszijde testen de diverse mogelijkheden van bronbeveiliging uit. De resultaten van het pilootproject zullen in het vierde kwartaal van 2007 bekend gemaakt worden.
Tot slot zal ECR Belgium een aanbeveling voor bronbeveiliging opstellen.
Tijdens de werkgroepvergaderingen bleek dat er heel wat bij komt kijken om bronbeveiliging op een succesvolle manier te implementeren. Zo hangt een goed functionerende bronbeveiliging af van verschillende factoren.
Eerst en vooral moeten beide partijen (fabrikanten en distributeurs) bereid zijn om aan bronbeveiliging te doen. Sommige distributeurs hebben reeds voor zichzelf uitgemaakt dat ze deze richting uitwillen. Anderen aarzelen. Fabrikanten willen echter transparante diefstalcijfers, en staan meer wantrouwig t.o.v bronbeveiliging. Logisch, want fabrikanten zien vooral het kostenplaatje daar waar de voordelen van bronbeveiliging vooral bij de distributie liggen. Bronbeveiliging kan echter ook een voordeel betekenen voor fabrikanten. Wanneer producten in open merchandising kunnen geplaatst worden, zullen ook zij voor deze items hun omzet zien stijgen. Het is evident dat niet ALLE producten voor bronbeveiliging in aanmerking komen. Enkel deze die diefstalgevoelig zijn, soms snelroterend, komen in aanmerking.
Bronbeveiliging moet een win-win situatie worden voor fabrikanten en distributeurs. Dit is het uitgangspunt. ECR Belgium zal dit punt behandelen in de aanbeveling. Verder moeten er afspraken gemaakt worden over de tijdspanne waarin de diefstalgevoelige producten van een beveiligde tag moeten voorzien worden.
Een ander aspect is dat de keuze van de technologie op zich niet volstaat om de diefstalproblematiek aan te pakken. Zo zijn er ook procedures en richtlijnen nodig, wil men bronbeveiliging optimaal implementeren. Aan distributeurszijde moet het personeel opgeleid worden om de beveiligingstechnieken op een juiste manier te gebruiken. Aan fabrikantenzijde moeten procedures ervoor zorgen dat marketing- en productie-departementen rekening houden met de integratie van de beveiligingsetiketten in de verpakking.
In de ECR Belgium aanbeveling zullen de volgende punten zeker aan bod komen: de wil om gezamenlijk anti-diefstal initiatieven te nemen in het kader van bronbeveiliging, een lijst van concrete en afgesproken acties, een lijst van producten die in aanmerking komen voor bronbeveiliging, tijdspanne binnen dewelke bronbeveiliging geïmplementeerd moet zijn, toewijzing kosten/opbrengsten bronbeveiliging, procedures en richtlijnen voor implementering en verder ook eventueel een internationale standaard, zodra deze laatste op punt staat en overeengekomen is binnen GS1 in Europe.
Tot slot speelt de betrokkenheid op bedrijfsniveau een belangrijke rol. Bronbeveiliging is niet langer alleen een zaak van de afdeling ‘Veiligheid' of ‘Diefstalbeveiliging'. Vooreerst moeten beslissingsmaatregelen rond diefstalbestrijding best op managementniveau genomen worden. Bij sommige distributeurs zouden inkopers voortaan ook medeverantwoordelijk kunnen gesteld worden voor marges en derving. Zij moeten betrokken leveranciers vragen om mee te werken aan antidiefstal procedures zoals bronbeveiliging. Zoniet hebben investeringen van distributeurs in EAS materiaal weinig zin.
Door een gezamenlijke aanbeveling, een pilootproject op te starten en hierbij concrete cijfers uit te wisselen kan het project toegevoegde waarde leveren. Momenteel wordt de groep - zeker op Europees niveau - nauwlettend opgevolgd en nemen andere ECR organisaties gelijkaardige initiatieven.
Desalniettemin zijn er bedrijven en academici die twijfelen aan de doeltreffendheid van bronbeveiliging om externe diefstal te bestrijden. Het debat is open. Daarom wil deze groep werk maken van cijfers en ervaringen die de doeltreffendheid van bronbeveiliging in het juiste kader kunnen plaatsen.
Ook wat de keuze van EAS technologie betreft, bestaan er nog verschillende stromingen in Europa. Gebrek aan standaardisatie speelt hierbij een rol. Hier is een taak weggelegd voor EPCglobal om snel werk te maken van de integratie van de EAS functionaliteiten in de RFID/EPC standaarden.
Tot slot moet erop gewezen worden dat bronbeveiliging niet alle diefstal dekt. Bronbeveiliging is namelijk vooral afgestemd op het afremmen van ‘externe diefstal' (door consumenten). Een aanzienlijk deel van de verliezen is ook toe te schrijven aan ‘interne diefstal' in de DC's, in het winkelpunt en bij het transport. Om diefstalpreventie volledig sluitend te maken, zal de werkgroep na de piloot de andere vormen van diefstal aanpakken via de ECR Europe roadmap om diefstal op alle vlakken te verminderen.