nr:
2007 - 2
Ter gelegenheid van zijn 30jarig bestaan organiseerde GS1 Belgium & Luxembourg op 20 maart jl. een Academische Zitting met als thema ‘Reaching efficiency through standardisation'. Dit evenement vond plaats in Château du Lac te Genval en kreeg ruime belangstelling: meer dan 200 leden en relaties, vertegenwoordigers van federaties en van de pers waren aanwezig. De Academische Zitting werd voorgezeten door dhr. E. DUMEZ, President HENKEL Benelux en Voorzitter GS1 Belgium & Luxembourg.
Na een korte inleiding door moderator dhr. Thierry COEMAN, Managing Director van Retail Dynamics, werd het woord gegeven aan de verschillende sprekers.
Eric DUMEZ ving zijn uiteenzetting aan met een korte historische schets van 30 jaar evolutie van de internationale GS1 vereniging. Een belangrijke mijlpaal was uiteraard de ondertekening van de EAN akkoorden in februari 1977, waarbij zowel de EAN organisatie als de eerste EAN specificaties tot stand kwamen. Verenigbaarheid met het reeds bestaande Noord-Amerikaanse UPC systeem (beheerd door UCC) was hierbij een vereiste. De volledige fusie tussen UCC en EAN International kwam echter pas tot stand in 2003. In 2005 nam de globale organisatie de naam GS1 aan, een naam die snel ingeburgerd raakte als de wereldwijde nummer 1 in standaardisatie.
Sinds 1977 kende de organisatie een enorme geografische expansie: van 12 Europese lidorganisaties bij de oprichting tot vandaag 106 ‘GS1 member organisations'. Terwijl de organisatie zich aanvankelijk voornamelijk toespitste op het uitvaardigen van standaarden, verleent GS1 vandaag een ruime waaier aan projecten en diensten.
Het GS1 systeem is een geïntegreerd systeem van globale standaarden. Dit betekent dat de verschillende GS1 producten niet los van elkaar staan en best als één pakket geïmplementeerd worden. Zij verlenen een eenduidige identificatie en middel tot gegevensuitwisseling voor producten, assets (vb. hergebruikbare productdragers), diensten (vb. medische zorgen) en plaatsen (adresgegevens).
GS1 Belgium & Luxembourg is één van de stichtende organisaties van GS1. In het begin kende de organisatie een vrij trage groei - er waren toen nog te weinig scanningwinkels om de fabrikanten massaal te bewegen om de standaard te implementeren. Tussen 1985 en 1987 kwam hierin de definitieve doorbraak. Sindsdien kennen wij een constante toename van ongeveer 150 nieuwe leden per jaar. Deze ontwikkeling wordt mede ondersteund door een steeds groter wordende diversiteit aan sectoren die hun weg vinden naar de GS1 standaarden. In de nabije toekomst wil GS1 Belgium & Luxembourg extra aandacht besteden aan de actieve benadering van nieuwe sectoren die een groot potentieel aan toepassingen vertegenwoordigen, zoals de gezondheidssector, transport en logistiek, de ‘upstream' (grondstoffen, verpakkingsmaterialen, ingrediënten, ...).
GS1 Belgium & Luxembourg biedt zijn leden een volledig dienstenpakket aan voor elk van de vier GS1 basisproducten.
De voornaamste uitdagingen voor de toekomst zijn:
Deze objectieven wil GS1 Belgium & Luxembourg bereiken in goede samen- werking met de Raad van Bestuur, de werkgroepen en de staf.
Ter gelegenheid van zijn 30jarig bestaan heeft GS1 Belgium & Luxembourg een uitgebreide studie laten uitvoeren over de toepassing van de GS1 standaarden in België en het groothertogdom Luxemburg enerzijds en de tevredenheid en de verwachtingen van de leden ten aanzien van de standaarden en de organisatie anderzijds. Deze opdracht werd toevertrouwd aan TNS Dimarso. Lieven DE BORGER heeft de grote lijnen van deze studie toegelicht tijdens de Academische Zitting. Op het einde van de Statutaire Algemene Vergadering, die plaatsvond na de Academische Zitting, werd vervolgens ingegaan op de kritische analyse van de resultaten. In dit Bulletin wordt een uitgebreid artikel aan deze enquête gewijd.
Professor Gino VAN OSSEL hield een opgemerkte voordracht onder het motto: de toekomst start nu! Hoe komt een man uit de marketing - die hoewel zeer vertrouwd met de retailmarkt naar eigen zeggen toch geen expert is inzake standaarden - ertoe om zich in te laten met het gebruik van standaarden in het algemeen en van gegevenssynchronisatie in het bijzonder?
Hij vertrekt vanuit een voorbeeld uit de modewereld, een industriesector die voorlopig nog weinig vertegenwoordigers telt binnen de GS1 gemeenschap. Relateert men de vooruitzichten aan de vraag, dan volgen winst en verlies in de modeverkoop een ‘trumpet of doom'-verloop.
Winst of verlies hangen merkwaardig genoeg af van hoe goed men trompet kan spelen! Iedereen weet dat er in de modesector geen voorspellingen kunnen gemaakt worden op basis van historische gegevens. Bovendien is het bijsturen van de productie in die sector bijzonder moeilijk.
Zara heeft daar iets op gevonden door zich anders op te stellen dan de meeste van haar concurrenten. Deze keten praat namelijk niet over modetrends maar tracht, via de maximale inzet van informatica, te achterhalen wat de klant eigenlijk wil.
Zara huldigt het principe: productie binnen de 2 tot 5 weken, inclusief transport. Hier wordt veel meer tijdens het seizoen zelf geproduceerd en de productie wordt bepaald door de specifieke wensen van de klanten. Dankzij die grote flexibiliteit kan het hele productieproces, behalve het stikken, volledig geautomatiseerd worden. De patronen zitten al in de machine en een eenvoudige druk op de knop start de productie.
Hoe kan een bedrijf de oorlog tegen Zara winnen? Een van de mogelijkheden is reorganisatie m.b.t. vertikale integratie. In andere sectoren zijn bedrijven zoals IKEA en DECATHLON, die zelf de eigen productie aansturen, nu al zeer succesvol gebleken. Men zou hierbij kunnen stellen dat een vertikaal geïntegreerd bedrijf eigenlijk geen nood heeft aan internationale standaarden.
Maar ook meer en meer retailers spelen nu het spel op geïntegreerde wijze mee. Niet zozeer omdat ‘private labels' hun imago zou verbeteren maar omdat ze zodoende hun productontwikkeling zelf kunnen aansturen. Het aanbieden van koelverse maaltijden zijn een voorbeeld van een dergelijke vertikale integratie waarbij de retailer de eigen concepten (vb. qua gezondheid en hygiëne) gaat opleggen binnen eigen standaarden.
Consumentenmarkten zijn volop in beweging en ze evolueren zeer snel. Nieuwe en niet-traditionele spelers veranderen voortdurend de regels van het spel. Door hun vertikale integratie zijn ze winnaars op het vlak van voorraadrotatie en winstmarges.
Hoe kan de niet-geïntegreerde speler overleven in deze vernieuwde consumentenmarkten? Het antwoord is: door resoluut te opteren voor allerhande vormen van samenwerking, zowel inzake standaarden als op het vlak van gegevenssynchronisatie (inzetten van een centrale databank) en van allerhande vormen van gegevensuitwisseling zoals EDI en EPC.
Het deelnemen aan collaboratieve handelsrelaties is in uw eigen belang! Doe het niet omdat de retailer het vraagt of oplegt. Aarzel niet, wees proactief, doe het nu. De toekomst is nu!
De kernboodschap van Stephen DAVID is dat door het toepassen van standaarden er toegevoegde waarde gecreëerd wordt in een economisch groeiproces. Er moet steeds gedacht worden aan uitbreiding, verder denken dan de eigen leefwereld. Of zoals Arthur Schopnhauer stelde: "Everyone takes the limits of his own vision for the limits of the world".
Technologische innovatie is de noodzakelijke maar niet de voldoende voorwaarde voor groei, uitbreiding of maatschappelijke en industriële ontwikkeling. Enkel door standaardisatie kunnen de noodzakelijke én de voldoende voorwaarden uiteindelijk vervuld worden. Stephen DAVID illustreert dit aan de hand van de groei van de spoorwegen in de Verenigde Staten van Amerika. Standaardisatie en samenwerking stuurden de groei van het spoorwegvervoer en verlaagde de exploitatiekosten. Om de groei van de Amerikaanse spoorwegen mogelijk te maken moesten er afspraken gemaakt worden over remmen en koppelingen van wagons en locomotieven, rails, spoorbreedte, signalisatie, dienstregeling. Een belangrijk gevolg van de afspraken over dienstregelingen was de invoering van tijdszones in de Verenigde Staten! Dat er voor al deze punten gestandaardiseerd moest worden lijkt evident, maar het heeft wel meer dan 30 jaar geduurd om alle afspraken rond te krijgen én vooraleer alle partijen ze zouden uitvoeren.
Het exponentiële groeimodel volgt een bepaalde cyclus. In de vroege fase is er een trage groei. In die fase is er geen onderscheid met de lineaire groei. De late explosieve fase van de exponen-tiële groei wordt gekenmerkt door snelle groei. Bij maturiteit wordt een afvlakking van de groei bereikt. In sommige gevallen kan door herstimuleren de cyclus opnieuw gestart worden. De Wet van Moore die stelt dat het aantal transistors op een computerchip door de technologische vooruitgang elke 18 maanden verdubbelt, is een voorbeeld van een exponentieel groeimodel. Ook het massagebruik van uitvindingen is er een voorbeeld van. De telefoon werd 50 jaar na zijn uitvinding door een kwart van de Amerikaanse bevolking gebruikt. De televisie had er 40 jaar voor nodig, de PC 20 jaar, mobiele telefonie 15 jaar en het Internet werd na 5 jaar al door een kwart van de V.S. bevolking gebruikt.
In de huidige business situatie moet er intern in een bedrijf onder andere aandacht zijn voor: de nood aan nieuwe bronnen van groei, de trage businessprocessen, het te veel aan gegevens, de herstructureringen die vastlopen, en de moeilijkheden om merkbewustzijn op te bouwen. Stephen DAVID verduidelijkt dit laatste punt met de bevindingen van Procter & Gamble. In 1970 waren er drie TV reclameboodschappen van 60 seconden nodig om 85% van de Amerikaanse TV kijkers te bereiken. Vandaag moeten er voor hetzelfde bereik 117 commercials uitgezonden worden.
Innovatie vertaalt zich ook in hogere prijzen door verder op te klimmen in de belevingsketen. Stephen DAVID illustreert dit door vergelijking van de gangbare prijzen in het koffieaanbod: De gebrande koffiebonen in bulk als grondstof kosten één tot twee eurocent voor een kop. Aangekocht in een retailverpakking betaal je 5 tot 25 cent. Door de dienstverlening betaal je in een café of restaurant minstens 1 tot 1,50 euro. In een gespecialiseerde keten toegespitst op het beleven van koffie in een unieke sfeer betaal je al gauw 2 tot 5 euro voor een kop.
De sleutelelementen tot de toename van economische waarde zijn volgens DAVID:
Dit alles kan niet gebeuren zonder standaarden!
Michel EECKHOUT wees erop dat 2007 ook voor Delhaize een verjaardag is, en zelfs een drievoudige: 140 jaar geleden opende in Charleroi de eerste Delhaize winkel, 50 jaar geleden startte het bedrijf aan het Flagey plein in Brussel met de eerste supermarkt van Europa, en ook 50 jaar geleden lanceerde de groep in de Verenigde Staten Food Lion, dat inmiddels goed is voor de helft van de groepsomzet.
De groei van het bedrijf steunde altijd op belangrijke pijlers als innovatie en het inspelen op de maatschappelijke evoluties. Zo was Delhaize bijvoorbeeld het eerste bedrijf dat in België gebruik maakte van ‘private labels', maar ook tendenzen zoals ‘bio-producten' werden steeds snel opgepikt. Op veranderingen in de omgevingsparameters heeft Delhaize telkens gereageerd via het aanpassen van de bedrijfsprocesssen. Dat moet ook, want de klanten worden steeds veeleisender en veranderen almaar sneller. Daar kan je als bedrijf enkel op inpikken door differentiatie na te streven, steeds meer te focussen op de prijszetting, schaalvoordelen te zoeken, de bedrijfprocessen verder te optimaliseren, de kosten rigoureus te beheren en door voldoende talent aan te trekken. Afhankelijk van het type winkel binnen de groep leidt dat uiteraard tot andere accenten. Kennis van standaarden en van het beheren van de bedrijfsprocessen moet resulteren in een geïntegreerde benadering, kosten besparen ligt aan de basis van innovatie en van de mogelijkheid om via de prijzen te concurreren, en tenslotte moeten synergieën binnen de groep innovatie en efficiency verbeteren.
In dit verhaal zijn de GS1-standaarden voor Delhaize een noodzakelijk hulpmiddel gebleken voor het integreren van de toeleveringsketen. Die bestaat uit een complex spel van interne en externe interacties, waarvoor Delhaize een end-to-end benadering voorstaat, waarbij het toeleveringsketennetwerk wordt gestuurd door de klant. Hierbij is eCom een conditio sine qua non. De voorbije tien jaar zijn de eCom toepassingen dan ook steeds verder uitgebreid. Dat vertaalde zich in het implementeren van steeds meer berichten, maar ook in het gebruik van een eigen Vendor Portal.
Iets gelijkaardigs gebeurt op het niveau van de gegevenssynchronisatie, die bij Delhaize zowel interne als externe toepassingen kent. Dankzij gegevenssynchronisatie verhoogt de snelheid en vermindert de kost van de Item Management cyclus; ook de kwaliteit van de productgegevens verhoogt, wat op zijn beurt leidt tot een verbeterde samenwerking met producenten en leveranciers. Verder blijkt gegevenssynchronisatie essentieel bij het voorbereiden van RFID, zoals het succesvolle project in de slagerij in Zellik bewijst. Delhaize gelooft alleszins dat RFID een grote bloei zal kennen in de retailsector. Met nationale leveranciers werkt Delhaize doorgaans via de CDB, voor grote leveranciers kan de retailer ook via 1Sync of Agentrics passeren.
Uiterst belangrijk is hoe dan ook het gebruik van wereldwijde standaarden voor het correct definiëren van de producten.Michel EECKHOUT concludeerde dat business transformation belangrijk is en dat de voorbije decennia de GS1 standaarden daarvoor een significante hulp zijn geweest.
De academische zitting werd afgerond met een panelgesprek met de vijf sprekers van de dag. Moderator Thierry COEMAN legde iedereen een aantal concrete vragen voor over het dagthema, zij het toegespitst op het eigen specialisatiedomein.
Eric DUMEZ had uit de presentatie over de TNS Dimarso ledenenquête allereerst onthouden dat GS1 Belgium & Luxembourg goed presteert. Uit de conclusies van de enquête had hij voor de nabije toekomst enkele prioriteiten genoteerd die de TRI*M index van de organisatie boven het gemiddelde moeten helpen tillen. Enerzijds blijft gegevenssynchronisatie (de CDB) een activiteit die de verwachtingen onvoldoende inlost, want ook de enquête bevestigt het hoge potentieel ervan. Anderzijds scoort eCom laag bij de kleine bedrijven, en ook daarvan moet werk gemaakt worden.
Gino VAN OSSEL denkt dat een antwoord op deze vaststellingen te vinden is in de structuur van de markt. KMOs kan je bij zo'n benadering pas in beweging brengen wanneer ze ertoe verplicht worden door hun partners, en dus is het essentieel dat de retailers meer aan de kar trekken. Zo zouden ze aan hun partners bijvoorbeeld e-facturatie kunnen opleggen.
Michel EECKHOUT is niet ontgoocheld over dat resultaat omdat het een erg langzaam proces is. Hij opperde dat een proactieve benadering misschien een oplossing is. Hoe dan ook is hij van oordeel dat je nooit iets mag opleggen aan je partners, want dat werkt niet. Je moet ze overtuigen van de voordelen door vorming en educatie. Meer algemeen kan men verder stellen dat techniek geen doel op zich mag zijn. Het is slechts een middel, het gaat er vooral om om een visie te hebben, al moeten al die elementen natuurlijk wel met elkaar in balans zijn.
Hiermee is Stephen DAVID het volkomen eens. De voordelen van deze benadering zijn enorm, en dat zou eigenlijk al ruimschoots moeten volstaan om die twijfelaars te overtuigen. Maar er zijn natuurlijk cultuurverschillen: zo is hij er zich van bewust dat het in Europa moeilijker is om tot een consensus te komen dan in de Verenigde Staten, Azië of Latijns-Amerika. Maar eens de beslissing genomen, blijkt de uitvoering in Europa wel van een hoger niveau dan elders.
Gino VAN OSSEL beaamde het belang van vorming. Als de grote retailers, die samen goed zijn voor 65% van de omzet, op één lijn zitten, moet het mogelijk zijn om de KMOs te overtuigen. Wie dan nog achterblijft, moet een duwtje in de rug krijgen. Uiteraard moet je dat land per land bekijken, want in elk land moet er eerst een consensus worden bereikt op het niveau van de grote retailers. Een goede case study zou hier effect kunnen sorteren.
Lieven DE BORGHER stelde dat de voordelen moeilijk te kwantificeren zijn, en dat daarom misschien ook meer op de interne voordelen van de GS1-standaarden moet worden gewezen. Eric DUMEZ pikte hierop in door te wijzen op het belang van een goede communicatie: de kunst is om onze boodschap op een eenvoudige manier over te brengen.
De Academische Zitting werd afgesloten met een glas op de toekomst. Vervolgens werd iedereen uitgenodigd op de lunchcocktail.