auteur: Dominique vertroost
nr:
2007 - 1
In 2007 viert GS1 Belgium & Luxembourg haar 30-jarig bestaan. Deze mijlpaal is een gelegenheid om de evolutie van de GS1 standaarden te schetsen.
GS1 Belgium & Luxembourg is lid van de internationale organisatie GS1. GS1 werd opgericht in 1977 onder de naam EAN. Het initiatief werd onder meer genomen door het CIES (Comité International des Entreprises à Succursales), die fabrikanten en distributeurs uit 12 Europese landen rond de tafel bracht. De moeilijke taak van de Ad Hoc Council die hiervoor werd opgericht, was bestaande nationale identificatiesystemen dichter bij elkaar te brengen alsook de verenigbaarheid met het Amerikaanse UPC (Uniform Product Code) systeem te verwezenlijken. Op 3 februari 1977 werd het EAN Memorandum of Agreement getekend, dat beschouwd wordt als het startpunt van de internationale organisatie GS1. Albert HEIJN (Nederland) werd de eerste voorzitter en Jean VERMAELEN (ACEC-België) eerste ondervoorzitter. Het Algemeen Secretariaat werd gevestigd te Brussel. In 2002 besloot de Amerikaanse organisatie UCC (Uniform Code Council) lid te worden van GS1. Vandaag is GS1 een wereldwijde organisatie met een vertegenwoordiging in 106 landen. Doorheen het kanaal van de nationale GS1 organisaties zijn meer dan 1.200.000 bedrijven gebruikers van de GS1 standaarden.
In 1977 werd ook de Belgische organisatie opgericht. Toen werd beslist om naast een Belgische koepelorganisatie - onder de naam ICODIF (Instituut voor de COdering van de DIstributeurs en de Fabrikanten) - ook twee deelverenigingen op te richten voor respectievelijk de distributeurs (ICOD) en de fabrikanten (ICOF). Bovendien werd een akkoord getroffen met de Kamer van Koophandel van het Groothertogdom Luxemburg om beide landen door één organisatie (het toenmalige ICODIF) te laten vertegenwoordigen. In 2002 werd beslist om de deelorganisaties ICOF en ICOD te ontbinden en enkel verder te gaan met de koepelorganisatie GS1 Belgium & Luxembourg. In 1978 telde de organisatie 54 leden, 10 jaar later was dat 1.000 leden en begin 2007 tellen we meer dan 4.700 aangesloten bedrijven. De diversiteit van de leden is ook aanzienlijk toegenomen. Aanvankelijk waren ze bijna exclusief uit de voedingssector afkomstig, maar vandaag zijn ook een groot aantal andere sectoren vertegenwoordigd (textiel, logistieke dienstverleners, gezondheidszorg, nutsbedrijven, administraties, scheikundige nijverheid, ...).
Het GS1 initiatief is ontstaan vanuit de levensmiddelensector. De jaren 60-70 werden gekenmerkt door een hoge inflatie en voedingsproducten waren onderhevig aan forse prijsstijgingen. De marges in de distributie werden kleiner waardoor distributeurs naar nieuwe manieren zochten om hun productiviteit op te drijven. Dit verklaart waarom de GS1 standaarden zich aanvankelijk toegespitst hebben op de unieke identificatie van producten uit het supermarktassortiment en de vertaling van deze nummers als streepjescodes op de verpakkingen. Het heeft enkele jaren geduurd vooraleer het systeem ruime verspreiding vond: distributeurs namen een afwachtende houding aan bij gebrek aan een kritisch volume van streepjescodes op de verpakkingen en fabrikanten namen dezelfde houding aan onder het voorwendsel dat er nog geen scanningkassa's waren. In België kwam de eerste doorbraak in 1982-83 toen enkele zelfstandige distributeurs besloten niet langer te wachten en hun winkels met scanning begonnen uit te rusten. Tegen 1987 was scanning in België en het Groothertogdom Luxemburg zogoed als algemeen bij alle ‘grootdistributeurs'. Inmiddels was ook het consumentenvertrouwen in het systeem gegroeid. Vandaag is identificatie en streepcodering van toepassing op alle handelseenheden uit zeer diverse sectoren, of het nu gaat om detailhandelseenheden, omverpakkingen (dozen, trays, ...) of andere standaardeenheden met vooraf vastgelegde eigenschappen.
De groeiende behoefte aan traceerbaarheid en aan het gestandaardiseerd coderen van bijkomende gegevens heeft geleid tot de ontwikkeling van nieuwe specificaties: de eenduidige en individuele identificatie van logistieke eenheden (verzendeenheden) en de ontwikkeling van een 100-tal gegevenselementen (zoals lotnummer, datums, gewichten, ...) die standaard kunnen weergegeven worden, met daaraan gekoppeld een nieuwe streepjescode (GS1-128). Ook de identificatie van adressen hoort tot de mogelijkheden.
De gegevensdragers waren oorspronkelijk beperkt tot streepjescodes. Voor toepassingen waarbij veel informatie op een beperkte plaats nodig is, biedt GS1 nu ook uiterst compacte en 2dimensionale oplossingen aan.
De laatste 5 jaar is ook RFID (Radio Frequentie IDentificatie) aan een duidelijke opmars bezig. Hier wordt de informatie niet in een streepjescode maar in een elektronisch etiket of tag gecodeerd. Deze techniek en de invulling die GS1 eraan geeft (EPC of Electronic Product Code) biedt veel meer mogelijkheden in de winkel (vb intelligente schappen) en in de logistiek (vb massalectuur van dozen op een pallet). RFID/EPC wordt ongetwijfeld één van de GS1 topprojecten voor de komende jaren.
Een andere belangrijke peiler van de GS1 standaarden is eCom, de elektronische uitwisseling van gegevens. Aanvankelijk werkten de nationale organisaties met eigen eCom standaarden (in België was dit ICOM). De beslissing in 1987 om één internationale communicatie standaard - nl. EANCOM® - uit te werken op basis van UN/EDIFACT (United Nations Electronic Data Interchange For Administration, Commerce & Transport) betekende een belangrijke doorbraak en zette o.m. GS1 Belgium & Luxembourg ertoe aan om haar nationale standaard af te bouwen. EANCOM® telt 47 commerciële, transport en financiële standaardberichten. Naast deze ‘klassieke' elektronische berichten kunnen gebruikers vandaag ook beroep doen op GS1 XML. In België en het Groothertogdom Luxemburg zitten vooral de elektronische factuur (dankzij het recente wettelijke kader) en de elektronische leveringsbon (traceerbaarheid !) in de lift.
Een recente ontwikkeling in de GS1 standaarden is GDSN (Global Data Synchronisation Network). Efficiëntie in de bedrijfskolom is namelijk sterk afhankelijk van correcte en gestandaardiseerde productgegevens, niet alleen de basisidentificatie van het product maar ook alle gegevens (afmetingen, classificatie, verpakking, ...) die aan het product verbonden zijn. Het bilateraal uitwisselen van productfiches kan vervangen worden door ze éénmalig en gestandaardiseerd in te voeren in een centrale elektronische catalogus of data pool. GS1 Belgium & Luxembourg heeft zo'n lokale datapool ontwikkeld, de CDB (Central Data Bank). Met GDSN heeft onze internationale organisatie een kader voor de globale gegevenssynchronisatie gecreëerd door de verschillende lokale data pools met elkaar te laten communiceren, en dit op een voor de gebruikers transparante manier.
Het GS1 systeem dat 30 jaar geleden ontwikkeld werd om de productiviteit aan de kassa van de voedingsdistributie te verhogen, is uitgegroeid tot een geïntegreerd en gestandaardiseerd systeem van identificatiesleutels, streepjescodes, radiofrequentie identificatie, eCom en gegevenssynchronisatie. Vandaag wordt het GS1 systeem wereldwijd en doorheen alle sectoren gebruikt.
Als vertegenwoordiger van GS1 in België en het Groothertogdom Luxemburg, stelt GS1 Belgium & Luxembourg instrumenten ter beschikking van bedrijven - groot en klein - om de goederen- en informatiestromen in de ketens van vraag en aanbod zo efficiënt mogelijk te laten verlopen. Verder begeleidt ze haar leden bij de implementatie van alle GS1 standaarden. Ter gelegenheid van haar 30-jarig bestaan houdt GS1 Belgium & Luxembourg een grote ledenenquête om haar objectieven en prioriteiten maximaal op de behoeften en verwachtingen van de leden af te stemmen.